Pagina 2 of 12

Middenkader: wij zijn helemaal niet klaar voor de AVG/GDPR, directie!

Vers internationaal onderzoek in Groot Brittannië, de VS, Duitsland en Australië laat zien dat krap 20% van de middenmanagers denkt dat hun organisatie klaar is voor de AVG, tegen 41% van de directeuren en commissarissen.

In theorie is het bestuur steeds op de hoogte van wat er in een organisatie speelt, omdat er trouw en waarheidsgetrouw aan hen gerapporteerd wordt. De praktijk is vaak toch net ietsje anders – en dat is natuurlijk de oorzaak van deze discrepantie. Managers op de werkvloer weten maar al te goed, dat en hoe de medewerkers shortcuts verzinnen om formele werkprocessen te omzeilen. Zij gebruiken bijvoorbeeld privé schaduwbestanden, en creëren daarmee soms ernstige securityproblemen, zeker als ze die bestanden in de trein of bij de McDonalds achterlaten.  De beste houding die directies daartegen kunnen innemen is ‘Do not shoot the messenger’ – als het nodig is moeten mensen straffeloos onregelmatigheden kunnen en durven melden. “Ik heb per ongeluk een excelbestand naar X gemaild – wat moeten we nu? Wat moet ik doen?” Natuurlijk moeten bestuur én middenkader kritisch vragen blijven stellen; en ook de bestuurderen zelf zijn wat shortcuts betreft niet zonder zonden, al wordt het daar zelden op aangesproken.

Er is nog steeds de nodige verwarring rond het ware doel van de AVG/GDPR. In essentie gaat het om privacy- wetgeving, niet om security-issues. Daarom is ook de ‘right to be forgotten’ een van de grootste uitdagingen waar organisaties voor staan. De meeste organisaties hebben geen idee welke ‘kritieke’ informatie ze hebben, laat staan dat ze weten waar die opgeslagen is, zeker niet buiten het formele systeem. Evenmin weten ze dus wie er toegang toe heeft, laat staan wie er toegang toe gekregen of genomen heeft. Denk alleen maar aan de ex-werknemers, die nog maanden zo niet jaren hun username/password combinatie houden.  Dus stel u de verwarring voor, als straks een burger eist dat zijn data verwijderd worden, en dat uw organisatie (u als verantwoordelijke) moet aantonen dat dit inderdaad gebeurd is? Heeft uw organisatie daar al een sluitend protocol voor ontwikkeld?

Uit het onderzoek blijkt dat de angst om risico’s, fouten en tekortkomingen eerlijk op te biechten ( aan de manager, maar zeker ook aan directie en commissarissen) een van de grootste struikelblokken is in de reis naar volledige AVG-compliance. Omdat het vooral om mensen gaat, en niet om de techniek – die is er of is beschikbaar. Compliance is ‘a state of mind’ en raakt de hele organisatie, niet alleen ICT –  zorg dus dat HR er actief bij betrokken wordt. Stel desnoods voor het project ‘klaar voor de AVG’ een aparte champion aan, iemand met gezag in de hele organisatie.

De tijd voor actie is ‘nu’ … niet morgen of overmorgen! Begin met in te zien dat er een probleem is, en hoe groot de risico’s.  Stel eens een testvraag: waar zit bij jullie AVG-gevoelige informatie? Is het antwoord compleet en betrouwbaar? Start een bewustwordingscampagne. Ondervraag de mensen op de werkvloer, dat zijn de enigen die echt weten hoe en wat, en wellicht ook ideeën hebben hoe te handelen. Inventariseer het gegevensverkeer (en de email)  met ketenpartners. Pas als de omvang van het probleem en de risico’s geëxpliciteerd zijn, kan er een degelijk plan van aanpak gemaakt worden. Laat u niet sussen met “alles is onder controle!”

Nog eens: de impact van AI en robotisering op de werkgelegenheid

Veel politici en werknemers maken zich grote zorgen over de gevolgen die kunstmatig intelligente systemen en robotisering zullen hebben voor de kwaliteit en kwantiteit van ‘werk’- naast kapitaal en natuurlijke hulpbronnen de derde traditionele productiefactor.

In een nieuw onderzoek identificeert PwC nu drie automatiseringsgolven, die elkaar opvolgen tussen nu en het midden van de jaren 30 van deze eeuw: de algoritmegolf, de augmentatiegolf en de autonomiegolf. De grootste impact verwacht PwC tussen nu en 2035. De onderzoekers analyseerden de functies en daarbij behorende competenties van meer dan 200.000 werknemers in 29 landen, waaronder Nederland.

We zitten nu midden in de algoritmegolf, gestructureerde data-analyse en eenvoudige digitale taken, zoals credit scoring worden rap ‘geautomatiseerd’. Er worden nog niet veel banen echt geautomatiseerd, behalve in de financiële dienstverlening – de bankensector heeft dat al laten zien.

In de augmentatiegolf – tot eind 2020 – worden vooral repetitieve werkzaamheden overgenomen door ‘intelligente’ machines en groeit de rol van drones, magazijnrobots en semi-autonome voertuigen. Tegen 2030 zal een op de vijf huidige banen veranderd of opgeheven zijn, in alle sectoren maar vooral in ‘finance’. Vrouwen zijn nog steeds marginaal kwetsbaarder dan mannen in deze tweede golf, hoewel de kloof kleiner wordt. Vooral opleidingsniveau wordt cruciaal, alleen met minstens HBO of universitair diploma is er weinig risico op vervanging.

In de derde en  laatste golf voorspelt PwC dat AI in staat zal zijn om gegevens uit meerdere bronnen te analyseren, zelfstandig beslissingen te nemen en fysieke acties te ondernemen met weinig of geen menselijke input. Robots en autonome voertuigen zullen veel huidige (vooral door mannen bezette)  functies overnemen, zeker in de sectoren transport, productie en detailhandel. Daardoor zal de algemene productiviteit echter enorm toenemen.

Op basis van de huidige genderprofielen van werkgelegenheid per sector zullen anvankelijk vooral vrouwen weg-geautomatiseerd worden, mannen gaan de gevolgen vooral tijdens de laatste golf voelen. Zie ook de verwachtingen voor ons land:

PwC is echter niet pessimistisch over de gevolgen voor de werkgelegenheid als zodanig.  “We verwachten rond 2030 geen massale werkloosheid. Net als bij vorige ‘revoluties’ zullen er waarschijnlijk voldoende nieuwe functies ontstaan om de werkgelegenheid en de rol van productiefactor arbeid overeind te houden. Bovendien zal de inzet van AI, robots en aanpalende technologieën ook een forse bijdrage aan het BNP gaan geven. Dat betekent niet dat we niet voor een grote uitdaging staan – er zal veel bij- en omgeschoold moeten worden.”

Het volledige rapport kunt u hier downloaden.

Vertrouwt u uw bank?

In november 2016 al  bood de Royal Bank of Scotland formeel excuses aan voor de manier, waarop zij vooral MKB-bedrijven in het Verenigd Koninkrijk placht te behandelen. Deze verontschuldigingen waren een reactie op de malafide dienstverlening door de bank, die in de laatste bankencrisis door de Britse overheid gered moest worden. De bank beloofde tot een bedrag van £400 miljoen teveel berekende kosten terug te storten; benadeelde bedrijven ( of curatoren daarvan) konden opnieuw hun klachten over oneerlijke behandeling indienen bij een onafhankelijke instantie. Voor de Bùhne probeerde men bonussen terug te vorderen van directeuren van de inmiddels niet meer bestaande Global Restructuring Group (GRG), binnen de bank de kern van de problemen. Het werd allengs duidelijk, dat de GRG expres kleine bedrijven failliet liet gaan, om winst te maken met de verkoop van hun assets. Het ging om liefst 12.000 bedrijven, waarvan er tenminste 8000 helemaal niet failliet hadden hoeven te gaan. In totaal eisten benadeelde partijen ca £1,5 miljard van de bank.

Aanvankelijk concludeerde de Britse toezichthouder, de Financial Conduct Authority, dat de beschuldigingen geen hout sneden. Later gaf ze schoorvoetend toe, dat “er enkele geïsoleerde gevallen van ‘poor practice’ waren geconstateerd”, maar dat nog steeds niet gesteld kon worden dat er beleid was bij RBS om winst te genereren door ondernemingen expres failliet te laten gaan. De Britse toezichthouder werd echter gedwongen het huiswerk opnieuw te maken. Dat onderzoek resulteerde 18 maanden geleden al in een vernietigend rapport, dat echter niet volledig openbaar werd gemaakt, “want nog niet helemaal definitief, betrokken functionarissen moeten eerst weerwoord kunnen geven”. De BBC publiceerde desalniettemin als eerste saillante details en bevindingen uit het gelekte rapport en concludeerde dat ruim 90% van de levensvatbare bedrijven ´systemisch´ leeggeroofd waren.

Nu hebben leden van het Britse Lagerhuis de Financial Conduct Authority opgedragen het complete rapport, af of niet af, binnen een week openbaar te maken, of in elk geval te overhandigen aan de ‘Treasury select committee’.  Versies van het rapport zijn immers gelekt en worden in de social media driftig gedeeld en becommentarieerd, de toezichthouder moet ophouden met treuzelen en tegenwerken. Verdere aarzeling zorgt alleen maar voor enorme reputatieschade, aldus de parlementariërs.

Bij ons komt dat soort wangedrag niet voor? Fraude met de libor-rente, dopinggebruik bij een wielerploeg, betrokkenheid bij vastgoedfraude, schikken voor witwassen van crimineel geld van Mexicaanse drugskartels, de OAD-casus, de ellende met rentederivaten?

Het gedistribueerde grootboek: Mining the value of business ecosystems

Het kan aan de enorme sneeuwval in Davos dit jaar gelegen hebben, maar er was bij het Nederlandse journaille weinig inhoudelijke interesse voor wat er besproken werd – afgezien van de toespraak van Trump, van het feit dat Rutte en Maxima er ook waren. Google maar eens naar recente Nederlandstalige artikelen over “Davos WEF”, en huiver.

Het ontging de kritische journalisten bijvoorbeeld ten enenmale, dat er ook druk gedebatteerd werd over het gedistribueerde grootboek en de bijbehorende technologie (beter bekend als blockchain, hoewel dat eigenlijk slechts één voorbeeld is van gedistribueerde grootboektechnologie). Er is nog steeds veel hype rond het begrip – vaak vanwege een gebrek aan kennis en inzicht – maar de relevantie van de blockchain is veel breder en groter dan dat van infrastructuur voor die vermaledijde cryptovaluta, die in die periode wel in de krantenkoppen figureerden.

De echte belofte van het gedistribueerde grootboek ligt in de mogelijkheid die het biedt om op betrouwbare, veilige en transparante wijze toegang krijgen tot en delen van specifieke dataverzamelingen. Neem bijvoorbeeld de onrustbarende toename van sepsis. Op basis van analyse van signalen die het lichaam afgeeft, gekoppeld aan historische gezondheidsgegevens, is het mogelijk vroegtijdig waarschuwingssignalen te genereren, die medische interventie mogelijk maken vóórdat ernstige symptomen optreden. Een ander voorbeeld zijn banken die leningen willen geven in opkomende markten, waar vaak geen kredietrisicogegevens zijn, maar wel sprake is van wijdverbreid gebruik van mobiele telefoons inclusief betaal-apps.  Zie ook het open-banking initiatief en PSD2

 

Gedistribueerde grootboeken zijn ook belangrijk voor het ontsluiten van de cumulatieve kracht en ‘value’ van de zogenaamde ecosystemen. Het wordt zelfs voor de grootste en meest succesvolle bedrijven duidelijk, dat ze niet alles alleen kunnen doen, en dat je beter kunt samenwerken dan elkaar dood concurreren.  De verwachting is dat tegen 2025 30 procent van de wereldhandel gerealiseerd zal worden door of vanuit dergelijke ecosystemen. De strategie van de spelers is, hun rol te optimaliseren in dergelijke business ecosystems in nauwe samenwerking met andere stakeholders – bedrijven, platforms, wederverkopers, agentschappen en dergelijke. Daartoe sluiten zij formele en informele partnerschappen, synergetische overeenkomsten, allianties en andere verbintenissen – liefst via ‘smart contracts!  Een (ICT) probleem is tot op heden, dat het  met de huidige technologie niet eenvoudig is om verschillende gegevenssystemen met elkaar te laten praten. Gedistribueerde grootboeken kunnen daarin voorzien, zo stelde men in Davos, zij zijn zelfs het meest veelbelovende instrument om het gewenste niveau van compliant communicatie en gegevensanalyse mogelijk te maken.

Waarvan akte.

 

Behavioral Economics en het MKB

Als u nog nooit gehoord had van ‘behavioral economics’ of gedragseconomie vóórdat Richard Thaler er een Nobelprijs voor kreeg bent u de enige niet. De gedragseconomie stelt, dat de consument geen rationele homo economicus is, die steevast kiest voor de beste kwaliteit tegen de laagste prijs –  zo’n gemakkelijk handvat voor marketeers. Nee, de consument is veeleer een kuddedier, dat in zijn economische keuzes wordt geleid door statusdenken, fobieën, meedoen met de buren en andere irrationele emoties. Slimme bedrijven (en overheden) kunnen die kennis gebruiken door mensen een onmerkbaar duwtje in de goede richting te geven – het befaamde ‘nudgen’ dat door Big Data en AI mogelijk gemaakt wordt.

Jaja, zult u zeggen – weer zo’n hype, zo’n fata morgana waar alleen het grootkapitaal iets aan heeft. Nou… Deloitte’s Center for Integrated Research publiceerde onlangs Exercising judgment: How behavioral economics can help midsize companies become more agile, dat uitlegt dat en hoe ook het midden- en kleinbedrijf gedragseconomische taktieken kan inzetten om de organisatie en haar medewerkers wakker te schudden en meer ‘agile’ en bedacht op kansen kan maken.

Mensen (consumenten zowel als medewerkers) zijn dan wel geen voorspelbare rationele kopers, ze zijn wel degelijk “predictably irrational.” Ieder mens is bang van en voor het nieuwe en onbekende, lijdt onder ‘embarrras du choix’, en kiest in weerwil van het spreekwoord ‘goedkoop is duurkoop’ toch vaak voor de korte termijn(winst).  Die weerzin resulteert niet zelden in miskopen dan wel gemiste kansen, op allerlei terrein. Volgens Thaler kunnen simpele ‘nudges’, gedragskundige duwtjes, de ‘choice architecture’ (het ontwerp van het keuzeproces beïnvloedt de uitkomst/beslissing) optimaliseren, zodat vaker de gewenste keuzes gemaakt worden. Denk ook aan de rol van ‘fake news’ zoals dat sinds jaar en dag door alle regeringen en alle partijen ingezet wordt – ook D66!.

Om dat met enige hoop op succes te doen, is inzicht in Big Data trends nodig, ervaring en vakmanschap m.b.t. gedragswetenschappelijke instrumenten, en kennis van de drivers en motivatoren die in een bepaalde situatie een rol  spelen.

Het MKB speelt een belangrijke rol in de wereldeconomie. Zelfs al missen die ondernemingen de middelen (financieel zowel als technologisch) die de giganten ter beschikking staan, ze zijn q.q. vaak al flexibeler en wendbaarder vis-à-vis hun almaar dynamischer markten.  Gedragseconomische inzichten helpen hen daar nóg beter in te worden, bijvoorbeeld bij het werven en behouden van talentvol personeel. Volgens Deloitte is het bijvoorbeeld van belang om alle neuzen voortdurend en enthousiast dezelfde kant op te sturen en houden en echte betrokkenheid en inzet te creëren. Daarmee neem je heel wat onzekerheden en angst voor het nieuwe bij de mensen weg. Gemotiveerde medewerkers vertalen zich ook in het MKB in meer omzet en meer winst. Om nog niet te spreken van loyale en betrokken klanten!

Smart Cities en de AVG/GDPR

De veelbesproken gegevensbeschermingsverordening GDPR van de EU treedt op 25 mei 2018 in werking. De verordening bestrijkt onder de noemer persoonlijke privacy een brede scala aan issues,  waarbij de nadruk ligt op ( de beveiliging en zekerstelling van) gegevens die tot een individu herleidbaar zijn en het recht om te worden vergeten.

De GDPR (in ons land AVG, Algemene Verordening Gegevensbescherming) wordt van kracht, terwijl steden en dorpen over de hele wereld het Internet of Things (IoT) omarmen en als zogenaamde ‘Smart Cities” hopen door het verzamelen en combineren van enorme hoeveelheden gegevens efficiëntere geautomatiseerde diensten te leveren.

Wat betekent GDPR voor de manier waarop Smart City-initiatieven gegevens gebruiken? En hoe kunnen de honderden Smart City-projecten in de EU gegevensgestuurde services leveren en toch compliant blijven? De zorg waarmee bijvoorbeeld de VNG dit vraagstuk tegemoet treedt is een voorbeeld voor vele ondernemingen.

Gezien de overvloed aan kansen en mogelijkheden die het concept Smart Cities biedt – van slimme lantaarnpalen en parkeerhulp tot geautomatiseerde pakketbezorging, GPS-diensten en sociale preventie ‘nudging’, gaat het in veel gevallen om persoonlijke en tot een persoon herleidbare data. Smart cities moeten ook de uiterste zorg betrachten bij het definiëren van de juiste rechtsgrondslag waarop zij gegevens van personen verzamelen, verwerken en gebruiken. En mochten ze van plan zijn deze gegevens te delen met andere overheidsdiensten en / of bedrijven, dan moeten ze alle relevante informatie aan de betrokkene verstrekken, op het moment van verzamelen en voordat het feitelijke delen plaatsvindt; inclusief met wie en waarom ze van plan zijn te delen gegevens. Het zal de gemeenten (net als andere organisaties) niet meevallen te bewijzen dat zij dit alles ‘AVG-compliant’ doen, helemaal waar het gaat om de audit-vereisten.

De grootste verandering die we met de GDPR zullen zien, is de machtsverschuiving tussen de houder en de eigenaar van de gegevens – de gemeente of de burger, de onderneming of de consument. Zodra de GDPR van kracht wordt, hebben consumenten het recht om te vragen hoe en wanneer en waarom hun gegevens worden gebruikt en moeten zij daar toestemming voor geven. Bovendien behouden ze zich het recht voor, bepaalde informatie te (doen) vergeten.

Onderneming, neem je verantwoordelijkheid!

We horen en lezen al tientallen jaren over ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ (MVO), maar ondanks alle waardering en mooie woorden bleef het concept toch altijd in de marge van de economie.  Deze week echter kreeg het een ruggensteuntje van $ 6 biljoen Wall Street dollars. Asset management gigant BlackRock waarschuwt nu de bedrijven waarin het investeert, dat “elk bedrijf waarin Blackrock investeert, niet alleen op de langere termijn financiële prestaties moet leveren, maar ook moet laten zien hoe het een positieve bijdrage levert aan de samenleving als geheel, voor alle stakeholders van consument tot medewerker.”

Laurence D. Fink, oprichter en chief executive van BlackRock, windt er geen doekjes om. Ongehoord kritisch over negatieve tendensen in het bedrijfsleven (en wie weet, in Washington en andere regeringscentra) zegt Fink dat hij met smart vaststelt “dat veel regeringen geen oog hebben voor de toekomst op domeinen als technologie, milieu, werkgelegenheid, omscholingsmogelijkheden en pensioenen van werknemers. Geen wonder dat de maatschappij zich steeds meer tot de particuliere sector richt voor oplossingen van maatschappelijke uitdagingen. ”

Zie bijvoorbeeld het recente initiatief van giganten  Amazon.com, JPMorgan Chase en Berkshire Hathaway, die het gehannes van de Republikeinen zó zat zijn dat ze voor hun werkgevers een eigen gezondheidszorgsysteem gaan ontwikkelen en bouwen. Wall Street was verbaasd – de aandelenkoersen van zorgverzekeraars en gezondheidszorgconsortia daalden met meer dan 10%. De pers schreef dat de drie titanen met hun initiatief wellicht the healthcare industry zullen ‘reshapen’– iets wat de overheid in de VS, maar ook in het VK ( en ons land?) bijvoorbeeld maar niet lijkt te lukken.

Tot op heden waren investeerders als BlackRock (of het ABP) traditioneel passieve beleggers, die boards van bedrijven waarin ze investeren nauwelijks onder druk zetten. Alleen activistische beleggers riepen bedrijven tot de orde – door veranderingen te eisen of door hun aandelen te verkopen, om hun ongenoegen kenbaar te maken. Fink verweet hen meermalen, daarbij alleen naar korte-termijn voordeeltjes te streven. Dezer dagen dwong Blackrock bijvoorbeeld Exxon om te rapporteren over hun klimaatimpact, en duidelijker uit te leggen wat hun langetermijnstrategie inhoudt.

Wall Street (lees: de aandelenbeurzen) krijgt sinds mensenheugenis het verwijt, dat het kortetermijndenken aanwakkert ( zo niet afdwingt) en dat het als kapitalistisch centrum par excellence alleen op (koers)winst focust. Wanneer dus een icoon van de beurshandel ‘MVO’ benoemt als criterium om investeringsbeslissingen op te baseren, kan, ja moet dat wereldwijd impact hebben.  Door MVO (in enigerlei vorm en mate) af te dwingen zullen boards en C-suites meer energie en aandacht moeten steken in het creëren van maatschappelijk rendement, naast  duurzame financiële resultaten voor de aandeelhouders.

BlackRock forrmuleert een aantal aspecten, waarop het voortaan bedrijven toetst. Dat zijn

  1. corporate governance
  2. een heldere missie (´purpose´) met een bijpassende lange-termijnstrategie
  3. een meer diverse board (gender, etnische samenstelling enz)
  4. de bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem, en
  5. zorg voor welzijn en ontplooiingskansen van de medewerkers
  6. en een duurzaam financieel resultaat, natuurlijk.

Dreigt disruptie ook in uw bedrijfstak?

We spreken van een disruptieve ontwikkeling, als een jonge en kleine onderneming op basis van nieuwe technologie met relatief weinig middelen in staat blijkt, de positie van traditionele marktleiders te ondergraven. Denk aan Airbnb, dat in luttele jaren méér kamers aan kan beden dan de traditionele hotelketens.  Er heersen nogal wat misverstanden rond die disruptie. De belangrijkste is wel, aldus Accenture,  dat zo’n ontwikkeling als bij toverslag opduikt en niet te voorspellen zou zijn. Een andere misvatting is dat je als onderneming niets kunt doen tegen zo’n rampzalige ontwikkeling: het overkomt je. Onzin, zegt Accenture: tegenwoordig kunnen we heel wel voorspellen  dat en waar de volgende zal plaatsvinden. En met die kennis gewapend wordt ‘disruptie’ eerder een kans dan een bedreiging.

Voor een beter begrip van de aard en reikwijdte van dergelijke revoluties ontwikkelde Accenture de zogenaamde Disruptability Index. Daarin worden  gegevens over disruptors in 20 sectoren (en 98 sub-sectoren) afgezet op twee assen, hetgeen de volgende verdeling in vier kwadranten op levert, vier maten van disruptievatbaarheid: durability, vulnerability, volatility en viability.

Onder durability treffen we ‘mature’ sectoren  als de brouwers en destillateurs. Hoewel bijvoorbeeld het aantal bierbrouwers in de US in tien jaar steeg van 1400 naar 5000 ( volgens Statista) en de voiorkeur van de consument verschuift naar ‘ambachtelijk’,  weten de grote brouwers hier mee om te gaan.

Bij vulnerability  zijn er hoge barrières (als vergunningen en zwaar toezicht) die het nieuwe spelers moeilijk maken. Desalniettemin ervaren de traditionele spelers veel (prijs)druk, en worden ze gedwongen zelf de nieuwste technologieën te adopteren, omdat er veel kapers op de kust zijn.

In de volatility hoek komt veel disruptie voor en dat zal zo blijven. Denk aan de autoleasemaatschappijen, hotels en de financiële dienstverlening.

In het viability-kwadrant treffen we de sectoren die door de nieuwe ICT al enorm veranderd zijn. Disruptie is hier eerder een constante dan een zeldzame gebeurtenis.

Waar plaatst u uw onderneming en branche?  Wilt u weten welke strategie u vervolgens het best kunt volgen, lees dan ‘How Likely Is Your Industry to Be Disrupted? This 2×2 Matrix Will Tell You’, op HBR.org

Marie Curie, twee maal winnares van de Nobelprijs, in 1903 en in 1911, zei het al : “Dans la vie, rien n’est à craindre, tout est à comprendre.” Als je doorhebt hoe het zit, hoef je nergens bang voor te zijn.

 

Onderzoek wijst uit: linkse mensen zullen waarschijnlijk altijd lelijker blijven dan rechtse

Fysieke aantrekkelijkheid is en blijft een belangrijke sociale factor in onze dagelijkse interacties. Sociaal-psychologen toonden al meermalen aan, dat en hoe aantrekkelijkheids-stereotypen en het “halo-effect” onze perceptie van eigenschappen van ‘de ander’ sterk beïnvloeden. Nu is door een hoogleraar van naam (in die kringen), Rolfe Peterson, onderzocht wat het verband is tussen fysieke aantrekkelijkheid en politieke overtuigingen.  Geen rekening houdend met de sociaal-economische status, blijken aantrekkelijker individuen  in politicis actiever te zijn dan uiterlijk minder gezegenden, en zich daarbij vaker als conservatief te identificeren.

Deze bevindingen bevestigen uw vage vermoedens, dat knappe mensen meestal rechts zijn, en andersom, aldus The Times vandaag. “There is a school of thought that all militant socialists really need is a bath, a haircut, and to find themselves a nice girlfriend. Now researchers have found that, even if they did scrub up, they would probably still be uglier than Tories.”

Eerder onderzoek toonde al aan dat aantrekkelijke mensen het statistisch gezien maatschappelijk succesvoller zijn, naar men aanneemt omdat de meeste gewone mensen anders met hen omgaan dan met minder aantrekkelijke soortgenoten. De waardevrije sociaal-psychologische theorie stelt wel, dat die bewondering bij hen een blinde vlek kan doen ontstaan voor de ellende en ontberingen van anderen; waardoor knappe mensen minder op hebben met ideeën als herverdeling van inkomen en het verlagen van normen en standaarden om zo ‘gelijkheid’ te bevorderen…

Vorig jaar verscheen in deze wetenschappelijke niche al een paper, waarin werd vastgesteld dat socialisten statistisch meer kans lopen fysiek zwak te zijn.  De wetenschappers achter dat onderzoek argumenteerden, dat het effect te wijten kon zijn aan dat onze sterkere voorouders minder te winnen hadden bij het delen van de buit dan hun zwakkere broeders.  Over de fysieke aantrekkelijkheid van linkse mensen concludeerden andere academici al eens, dat er zo iets bestaat als ‘de plainness penalty’, die verklaart waarom lelijke mensen vaker links stemmen. En als laatste mokerslag: mooie mensen zijn ook intelligenter.

“Van aantrekkelijke kinderen is aangetoond, dat ze door zowel hun ouders als door vreemden met meer warmte en liefde worden bejegend,” schrijft Peterson nu in het tijdschrift Politics and the Life Sciences. “Dat gedragspatroon blijft een leven lang effect hebben op de betreffende individuen, die dus meer aandacht en liefde krijgen, meer zelfvertrouwen hebben, extraverter zijn, en ook welvarender en gezonder.”

Met andere woorden, aldus de Times: u stemt niet met uw verstand, maar met uw genen.

Effects of physical attractiveness on political beliefs, Rolfe Daus Peterson & Carl L. Palmer, Politics and the Life Sciences / Volume 36 / Issue 2 / Fall 2017

Vijf kenmerken van agile organisaties

Wat zal het dominante organisatorische paradigma zijn, de komende 100 jaar? Hoe zullen bedrijven stabiliteit aan dynamiek koppelen? Welke organisaties zullen in hun niche domineren, en welke ten onder gaan?

Het McKinsey paper Agility? It rhymes with stability  beschrijft de paradox die echt ‘agile’, wendbare organisaties overmeesteren, en hoe het ze lukt tegelijkertijd stabiel en dynamisch te zijn en te blijven. Vanuit een stabiele ruggengraat, die langzaam evolueert, ondersteunen ze  dynamische functies of tentakels, die zich snel aanpassen aan nieuwe uitdagingen en kansen. De smartphone levert een bruikbare analogie; het fysieke ding fungeert als een stabiel platform voor talloze steeds veranderende ‘applicaties’, waardoor elke gebruiker zijn eigen optimale tool heeft en houdt. Agile organisaties zijn alert en waakzaam, komen snel waar en wanneer nodig in actie, zijn soepel en flexibel, kortom ze ageren en reageren als een levend organisme.

In een ander net verschenen artikel onderzoekt Mckinsey wat de overeenkomsten zijn, die echt wendbare organisaties delen.

Dat zijn dus:

  1. een duidelijke missie om waarde te creëren voor alle stakeholders, niet alleen de aandeelhouders en directie
  2. in plaats van een strakke top-down hiërarchie een dynamische netwerkstructuur met zelfsturende teams van wisselende samenstelling
  3. voortdurend verbeterende en transparante besluitvorming, processen en procedures
  4. gemotiveerde en ondernemende medewerkers die missie, normen en waarden delen en snel kunnen schakelen, daartoe in staat gesteld door effectief leiderschap
  5. optimale inzet van de nieuwste technologie

Uit het bijbehorend McKinsey onderzoek blijkt overigens, dat nog geen 10% van de ondernemingen zich echt organisatiebreed ‘agile’ mag noemen. Maar driekwart van de executives zeggen er bewust naar te streven, en vier op de tien is in elk geval begonnen met experimenten in de periferie van de organisatie.

Pagina 2 of 12

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén