In november 2016 al  bood de Royal Bank of Scotland formeel excuses aan voor de manier, waarop zij vooral MKB-bedrijven in het Verenigd Koninkrijk placht te behandelen. Deze verontschuldigingen waren een reactie op de malafide dienstverlening door de bank, die in de laatste bankencrisis door de Britse overheid gered moest worden. De bank beloofde tot een bedrag van £400 miljoen teveel berekende kosten terug te storten; benadeelde bedrijven ( of curatoren daarvan) konden opnieuw hun klachten over oneerlijke behandeling indienen bij een onafhankelijke instantie. Voor de Bùhne probeerde men bonussen terug te vorderen van directeuren van de inmiddels niet meer bestaande Global Restructuring Group (GRG), binnen de bank de kern van de problemen. Het werd allengs duidelijk, dat de GRG expres kleine bedrijven failliet liet gaan, om winst te maken met de verkoop van hun assets. Het ging om liefst 12.000 bedrijven, waarvan er tenminste 8000 helemaal niet failliet hadden hoeven te gaan. In totaal eisten benadeelde partijen ca £1,5 miljard van de bank.

Aanvankelijk concludeerde de Britse toezichthouder, de Financial Conduct Authority, dat de beschuldigingen geen hout sneden. Later gaf ze schoorvoetend toe, dat “er enkele geïsoleerde gevallen van ‘poor practice’ waren geconstateerd”, maar dat nog steeds niet gesteld kon worden dat er beleid was bij RBS om winst te genereren door ondernemingen expres failliet te laten gaan. De Britse toezichthouder werd echter gedwongen het huiswerk opnieuw te maken. Dat onderzoek resulteerde 18 maanden geleden al in een vernietigend rapport, dat echter niet volledig openbaar werd gemaakt, “want nog niet helemaal definitief, betrokken functionarissen moeten eerst weerwoord kunnen geven”. De BBC publiceerde desalniettemin als eerste saillante details en bevindingen uit het gelekte rapport en concludeerde dat ruim 90% van de levensvatbare bedrijven ´systemisch´ leeggeroofd waren.

Nu hebben leden van het Britse Lagerhuis de Financial Conduct Authority opgedragen het complete rapport, af of niet af, binnen een week openbaar te maken, of in elk geval te overhandigen aan de ‘Treasury select committee’.  Versies van het rapport zijn immers gelekt en worden in de social media driftig gedeeld en becommentarieerd, de toezichthouder moet ophouden met treuzelen en tegenwerken. Verdere aarzeling zorgt alleen maar voor enorme reputatieschade, aldus de parlementariërs.

Bij ons komt dat soort wangedrag niet voor? Fraude met de libor-rente, dopinggebruik bij een wielerploeg, betrokkenheid bij vastgoedfraude, schikken voor witwassen van crimineel geld van Mexicaanse drugskartels, de OAD-casus, de ellende met rentederivaten?