Categorie: Algemeen (Pagina 1 van 8)

Nederland nog net in top-10 minst corrupte landen

Twaalf maanden geleden bleek uit analyse van deze cijfers dat 85 procent van de mensen geregeerd wordt door regimes die 50 of minder scoren.  Dat zegt wat over de integriteit van de gemiddelde politicus/bestuurder.

De gevaren van AI onderschat

Kunstmatige intelligentie, de parapluterm voor zeer diverse AI-technologieën, is inmiddels definitief uit het lab de dagelijkse werkelijkheid binnengestormd. U kunt in China via uw smartphone moeiteloos met het hotelpersoneel communiceren, en uw volgende auto zal zich minstens zelf parkeren. AI wordt echt ingezet, met echte resultaten en een meetbare impact op uw dagelijks leven. Mensen met de vaardigheden om dergelijke systemen te bouwen en te gebruiken verdienen mega-salarissen.

Maar een nieuw rapport over de nadelen van deze ongebreidelde opmars van AI waarschuwt, dat we meer aandacht zouden moeten hebben voor de morele aspecten van de technologie. Het document van 99 pagina’s turft een onaangename en soms lugubere waslijst af van mogelijk kwaadaardig gebruik van AI – van zelfrijdende bomauto’s tot schoonmaakrobots die worden ingezet om politici te vermoorden,  van criminelen die geautomatiseerde en zeer gepersonaliseerde phishing-campagnes starten tot overheden die ‘automatisch’ onwelgevallig nieuws uit de media weren.

De ruim twee dozijn auteurs, representanten van instellingen als de universiteiten van Oxford en Cambridge, het door Elon Musk-gefinancierde instituut OpenAI, de digitale-rechtengroep de Electronic Frontier Foundation, computerbeveiligingsbedrijf Endgame en denktank Center for a New American Security, roepen op tot een urgente en indringende discussie over het mogelijk misbruik van AI-technologie en hoe we ons daartegen kunnen wapenen.

Zeker academische AI-onderzoekers zouden meer paranoïde en minder open moeten zijn over hun werk. Mensen en bedrijven moeten veiligheidsmaatregelen tegen criminelen of aanvallers in hun technologie inbouwen – en misschien zelfs wel bepaalde ideeën, tools of toepassingen achterhouden.

In reactie op het veranderende dreigingslandschap doen de auteurs vier aanbevelingen:

  1. Onderzoekers en techneuten moeten de dual-use aard van hun werk serieus nemen
  2. Beleidsbepalers moeten nauw samenwerken met onderzoekers om potentieel kwaadwillig gebruik van AI op te sporen, voorkomen en mitigeren.
  3. Best practices moeten geïdentificeerd en gedeeld worden voor het aanpakken van voorbeelden van dual-use.
  4. De problemen, risico’s en gevaren van de (toepassing van de) technologie verdienen een meer proactieve discussie tussen alle stakeholders.

Het grote gevaar is, aldus de auteurs van het document, dat de AI-profeten decennialang veel meer beloofd hebben dan ze waar konden maken, waardoor ‘men’ het idee heeft dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. De feiten van vandaag halen die houding effectief onderuit.

The Malicious Use  of Artificial Intelligence: Forecasting, Prevention,  and Mitigation

Nog eens: MVO valt niet mee

Enkele dagen geleden verwezen wij naar een onderzoek naar de vermeend duurzame inkooppraktijken van zelfverklaard maatschappelijk verantwoorde ondernemingen. Daaruit bleek dat veel ondernemingen wel doen alsof ze de UN Sustainable Development Goals (SDG’s) steunen, maar dat dit ‘beleid’ in de praktijk vaak flinterdunne resultaten oplevert.

Desalniettemin groeit de consensus, dat de problemen achter die 17 SDG’s een enorme impact zullen hebben, op de mondiale samenleving en dus ook op het bedrijfsleven.  Gebeurt er niets, dan lopen we ernstige financiële risico’s. Anderzijds zal een gecoördineerde aanpak een belangrijke driver zijn voor economische groei – naar schatting  levert dat tegen 2030 in potentie US $12 triljoen per jaar extra aan besparingen en inkomsten.

De uitdagingen én de kansen zijn duidelijk. Maar hebben bedrijven ondanks al hun mooie praatjes  wel echt een idee wat die SDG’s voor hen als onderneming betekenen? Welke rol ze moeten invullen en spelen in het proces? Om die vraag te beantwoorden, heeft PwC onlangs een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Het doel: evalueren in hoeverre de bedrijfswereld zich echt engageert voor de doelen en welke concrete acties bedrijven in dat kader ondernemen.

De SDG Reporting Challenge is een wereldwijd onderzoeksproject, dat de financiële en duurzaamheidsverslaggeving van meer dan 470 bedrijven uit 17 landen in 6 sectoren (omzet $ 9,4 miljard) analyseert. Wat zijn hun SDG-prioriteiten, hoe (goed) rapporteren zij daarover? Verlenen zij vooral lippendienst aan de doelen, of boeken ze tastbare, meetbare en eerlijk gerapporteerde vooruitgang?

62% van de bedrijven blijkt momenteel de SDG’s in hun verslaggeving te noemen.  Maar slechts 37% heeft een of meerdere SDG’s tot strategische prioriteit benoemd; de rest vermeldt ze alleen in algemene termen. 38% van de onderzochte bedrijven zwijgt er geheel over. Oftewel, 63% toont geen enkele relevante betrokkenheid, zes op de tien grote ondernemingen is niet ‘MVO’.

Volgens PwC zijn de SDG’s bepalend voor de toekomst (-kansen en risico’s) van het bedrijfsleven. Ondernemingen zullen SDG’s móeten meenemen in hun groeistrategieën, in hun kernactiviteiten, waardeketens en beleid. Alleen dan zullen ze kunnen profiteren van nieuwe kansen en markten, grote efficiëntiewinst kunnen boeken en ook hun reputatie, in de ogen van overheden en de samenleving, met hoop op succes kunnen ‘managen’.

Het is voor alle betrokkenen evident, dat de meeste bedrijven nog steeds niet over de expertise beschikken om de SDG-doelen echt voor hun bedrijf te laten werken; noch hebben ze een referentiekader om hun SDG-performance te meten en te evalueren. Pas als ze prioriteiten gesteld hebben, kunnen bedrijven bijpassende meetbare doelstellingen ontwikkelen. KPI’s moeten meer resultaatgericht zijn – dat betekent meer holistisch denken over de impact van de bedrijfsactiviteiten op de economie, het milieu en de maatschappij als geheel. En pas daarmee gewapend zullen ze vervolgens zinvolle rapportages ontwikkelen, die zowel de financiële en maatschappelijke waarde als de impact van hun activiteiten laten zien.

SDG Reporting Challenge 2017: Exploring business communication on the global goals

GE Innovation Barometer

Finance is een toneelstuk, met als magische ingrediënten vertrouwen en geloofwaardigheid

Op Aeon schrijft hoogleraar literatuurwetenschappen Matt Seybold een lezenswaard stuk over de rol en geloofwaardigheid van ‘Finance’.

Hij begint met de anekdote over Dick Fuld, dan nog bewonderd als CEO van – de snel daarna zo beruchte – investment bank Lehman Brothers, die op 10 Juni 2008 zijn executive committee bijeenroept vanwege een dreigend verlies van $6 miljard in de eerste helft van dat jaar. De zorg die hij deelt met zijn mensen is echter niet het enorme verlies, of wat daaraan te doen – neen, de grote vraag is: “How do we restore confidence?”

De anekdote komt uit Andrew Ross Sorkin’s Too Big to Fail (inmiddels een gevleugelde term), een boek dat de professor las terwijl hij bezig was met een onderzoek naar Herman Melville’s The Confidence-Man (1857), in het Nederlands verschenen onder de titel De Maskerade. In beide boeken speelt ‘confidence’ of vertrouwen een hoofdrol, in beide boeken wordt dat vertrouwen beschaamd.

Inmiddels staan de wolven van Wall Street bekend als niets ontziende oplichters, maar hun de schuld geven is te gemakkelijk, aldus Seybold: is het niet eerder zo, dat de crisis van 2008 systemische fouten en zwakten aantoont in ons financieel systeem?

Het plan dat Fuld en de zijnen ontwikkelden om de publieke perceptie en opinie zodanig te ‘masseren’ dat Lehman Brothers het vertrouwen van de consument zou terugwinnen, was geen dwaas idee van een stel gekken, maar integendeel,  “the conventional wisdom of the profession”. Bijna alle banken hadden te lijden van slechte hypotheken – de overheid in de VS beschuldigde minstens twaalf banken van boekhoudkundige malversaties. Lehmann kreeg de meeste aandacht en dus de zwartepiet van de media, volgens Fuld georkestreerd door een stel malafide hedgefund managers die de koers van zijn bank kunstmatig naar beneden manipuleerden. Net zoals de bank zelf op 18 maart van datzelfde jaar via manipulatie (en persoonlijke telefoontjes aan meer dan 10.000 investeerders) de grootste koerswinst ooit op één dag wist te realiseren voor de eigen aandelen.

In de maanden voor de uiteindelijke ondergang van de bank werden alle kaarten gezet op communicatie, op vertrouwen wekken dat er niets aan de hand was. Het was een groot toneelspel.

Finance is theater. Beide zijn afhankelijk van collectieve vrijwillige opschorting van ongeloof, aldus de professor: “the collective voluntary suspension of disbelief”. Als wij aandelen kopen, ja, steeds wanneer we geld naar de bank brengen, worden we deelgenoot van een collectieve illusie, die ons doet geloven dat een stukje papier, een paar letters inkt of zelfs digitale signalen in te ruilen zijn tegen een zak graan, een stukje grond of een dag hard werken. Vergeleken met deze oplichterij zijn Joop van den Endes beste musicals kinderspel.

“Hoe kun je nog vertrouwen in het systeem, zodra je inziet, dat het grootste deel van die financiële rijkdom,  ‘wealth’, waar de wereldeconomie zogenaamd op en om draait, iets puur theoretisch is, dat zichzelf automatisch reproduceert, zodat een al maar kleiner deel ervan echt bestaat ​​als iets dat tastbaarder is dan de enen en nullen, die heen en weer vliegen tussen de terminals van Bloomberg en belastingparadijzen? Inmiddels promoveren papieren miljonairs tot digitale miljardairs, zonder ooit een stuk gereedschap te slijpen, een pakket te versturen of zelfs een enkele echte baan te creëren.”

Volgens John Maynard Keynes veronachtzamen economen het belang van vertrouwen in de markt, omdat dat botst met de conventionele economische gedragsmodellen, die ervan uitgaan dat consumenten consequent keuzes maken op basis van rationeel eigenbelang. Niet de ratio, maar optimisme en vertrouwen zijn het fundament van de economie (The General Theory of Employment, Interest and Money, 1936).

Tachtig jaar eerder  schreef Melville (vooral bekend als auteur van Moby Dick) het al in De Maskerade: ‘Confidence is the indispensable basis of all sorts of business transactions. Without it, commerce between man and man, as between country and country, would, like a watch, run down and stop.’

De vergeten les van Keynes General Theorry is, dat metrieken als Ebitda, aandelenkoersen, rentetarieven en het BNP eigenlijk alleen symptomen zijn van de ‘dierlijke driften’ van de consument/investeerder. Het bestuderen van trends, politiek, popmuziek, internetmemes, videogames, advertenties, bestsellers, social-media influencers, kerncurricula en demografische gegevens is nu een even nuttige productieve manier om de economie te analyseren als het zorgvuldig ‘tracken’ van prijzen, lonen en werkloosheidscijfers. Met andere woorden, in de geest van Marshall McLuhan: de media is nu de markt.

 

Lees meer over de cruciale rol van ‘vertrouwen’, geloofwaardigheid en oplichting in de interessante longread Confidence Tricks op aeon.co.

AI al hard aan het werk

Een jaar geleden – in januari 2017 –  publiceerde Infosys Amplifying Human Potential, een rapport dat de opmars van AI in ondernemingen wereldwijd  in kaart bracht. Toen rapporteerde een kwart (25 procent) van de respondenten, dat de AI-technologie die hun organisatie had geïmplementeerd aan de verwachtingen voldeed. Maar de meesten erkenden, dat hun organisatie zich nog maar in de beginfase van de inzet van de AI bevond.

Nu heeft Infosys een nieuw rapport vrijgegeven, met de resultaten van een vers onderzoek onder IT-besluitvormers en senior executives bij ondernemingen in zeven landen. Welke impact heeft die KI/AI al in de onderneming?

Het document bespreekt AI in termen van

  • Return on Investment
  • Mensen en vaardigheden
  • Leiderschapsconsequenties.

De basishouding van Infosys en haar klanten tegenover kunstmatige intelligentie is en blijft, dat AI-technologie het menselijk potentieel kan vergroten, versterken en verbreden. Ondernemingen kunnen (zullen) daardoor ‘transformeren’, radicale kostenbesparingen en efficiëntieverbetering worden mogelijk en nieuwe kansen om echte waarde te creëren komen in zicht.

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat AI-technologieën inmiddels uit het experimentenlab naar buiten gekomen zijn.  Ze worden echt ingezet, met echte resultaten en een meetbare impact op de bedrijfsstrategie, op investeringen in groei, op werving, HR, klantervaring en het concurrentie-umfeld.

Wel blijkt uit het onderzoek, dat zeven landen overspande en antwoorden loskreeg van 1.053 C-level executives, dat acht van de tien financial executives zich zorgen maakt over de gevolgen van AI voor de financiële functie. AI verslaat de mens op dit terrein: 45 procent van de ondervraagden meldde dat AI-toepassingen de nauwkeurigheid en productiviteit van vergelijkbare menselijke actoren aanzienlijk overtreffen, nog eens 37 procent dat hun AI-technologie ‘ietsje’ beter presteert dan de menselijke collega’s. Maar er bestaan ​​duidelijke verschillen van land tot land. Waaruit je wellicht de gemiddelde opleidingsgraad van de kantoorbevolking kunt afmeten…

Nog wat highlights:

  • Australië ( toch wel een voorloper qua Fintech) lijkt de minste plannen te hebben (21%) om AI verder in te zetten, in tegensstelling tot China, waar alle (100%) organisaties concrete verdergaande plannen rapporteren.
  • de Farma/Life sciences sector heeft het meeste succes met het implementeren van AI-technologie (40%), de overheid heeft voor 73% zelfs geen plan daartoe.
  • Farma en life sciences vertonen dan ook de hoogste AI Maturity Index-scores
  • Organisaties met een snelle omzetgroei zijn het er het meest van overtuigd dat AI essentieel is voor het succes van de strategie van hun organisatie (88%)
  • de financiële sector heeft moeite met het vinden van talent om de integratie van AI-technologie te leiden/begeleiden.

Infosys president Mohit Joshi zegt dat hoewel er een “enorme hoeveelheid hype” rondom AI heerst, bedrijven toch “duidelijke en meetbare resultaten” beginnen te zien. “Disruptie door AI is niet langer iets van de nabije toekomst – die is al gaande! Organisaties die AI nu strategisch weten in te zetten, met het doel hun personeel te versterken, in plaats van het te vervangen, zullen hun concurrenten die dat anders aanpakken snel irrelevant maken.”

Duurzaam ondernemen blijkt vaak helemaal niet zo duurzaam

Een eerste grootschalige analyse van de praktijk van beweerde ‘duurzame inkoop’ van grondstoffen en halffabricaten, laat zien dat de duurzaamheid van veel ondernemingen slechts flinterdun is.  Meestal gaat het slechts om een fractie van de via de ketenpartners afgenomen goederen.

U heeft zin in een chocoladereep. In de supermarkt scant u het schap voor producten met een Fair Trade en/of Rainforest Alliance-logo. U bent immers tegen dwang- en kinderarbeid, en u wilt het tropisch regenwoud niet belasten?

Nieuw onderzoek door Stanford-wetenschappers toont aan hoe moeilijk het voor de gemiddelde consument is om echt ethisch verantwoorde producten te kopen. Meer dan de helft van de grote multinationals beweert weliswaar duurzaamheidsgaranties te bieden en te eisen van ketenpartners, maar nu blijkt dat ze in de praktijk hun goede bedoelingen slechts zeer beperkt waarmaken.

“Je kan in onze bevindingen een halfvol en half leeg glas zien”, aldus Eric Lambin, hoogleraar aan Stanford’s School of Earth, Energy & Environmental Sciences, in een deze week verschenen bijdrage aan de Proceedings of the National Academy of Sciences. Hij vergeleek de sourcing-praktijken van 449  beursgenoteerde bedrijven in de sectoren voeding, textiel en houtproducten aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties ( de U.N. Sustainable Development Goals). Zij en hun ketenpartners zijn goed voor ruim 80 procent van de wereldhandel op die terreinen, en bieden werk aan ruim 20% van de in die branche werkzame personen. Ongeveer de helft van deze bedrijven blijkt in zekere mate en omvang duurzaam in te kopen, van ‘objectieve’ externe certificering tot het geven van duurzaamheidstrainingen aan hun toeleveranciers.

Wat blijkt?

In meer dan 70 procent van de gevallen blijkt die duurzame inkoop slechts een klein deel van de totale voor een bepaald product benodigde materialen te betreffen. Een onderneming gebruikt bijvoorbeeld gerecyclede materialen voor de verpakking, maar checkt noch eist duurzaamheid van de upstream ketenpartners. Het zogenaamd duurzame inkoopbeleid expliciteert slechts in 15% van de gevallen VN-doelstellingen als gezondheid, energiebesparing, infrastructuur, klimaatverandering, onderwijs, gendergelijkheid of armoedebestrijding. Bij bijna alle bedrijven beperkt de duurzame inkoop zich tot het naaste niveau in de toeleveringsketen, zoals de ateliers waar T-shirts in elkaar genaaid worden. De achterliggende processen, zoals het verven van de stof of de katoenteelt en – oogst, blijven buiten beschouwing. Bovendien blijkt bij ruim een kwart van de duurzame inkopers het te gaan om niet meer dan één productlijn. Geregeld zie je dat een bedrijf voor slechts één merk chocoladereep Fair Trade-certificering aanvraagt en gebruikt, terwijl vele andere zónder dat certificaat produceert.

Stanford University. “Limited scope of corporate sustainability revealed.

Middenkader: wij zijn helemaal niet klaar voor de AVG/GDPR, directie!

Vers internationaal onderzoek in Groot Brittannië, de VS, Duitsland en Australië laat zien dat krap 20% van de middenmanagers denkt dat hun organisatie klaar is voor de AVG, tegen 41% van de directeuren en commissarissen.

In theorie is het bestuur steeds op de hoogte van wat er in een organisatie speelt, omdat er trouw en waarheidsgetrouw aan hen gerapporteerd wordt. De praktijk is vaak toch net ietsje anders – en dat is natuurlijk de oorzaak van deze discrepantie. Managers op de werkvloer weten maar al te goed, dat en hoe de medewerkers shortcuts verzinnen om formele werkprocessen te omzeilen. Zij gebruiken bijvoorbeeld privé schaduwbestanden, en creëren daarmee soms ernstige securityproblemen, zeker als ze die bestanden in de trein of bij de McDonalds achterlaten.  De beste houding die directies daartegen kunnen innemen is ‘Do not shoot the messenger’ – als het nodig is moeten mensen straffeloos onregelmatigheden kunnen en durven melden. “Ik heb per ongeluk een excelbestand naar X gemaild – wat moeten we nu? Wat moet ik doen?” Natuurlijk moeten bestuur én middenkader kritisch vragen blijven stellen; en ook de bestuurderen zelf zijn wat shortcuts betreft niet zonder zonden, al wordt het daar zelden op aangesproken.

Er is nog steeds de nodige verwarring rond het ware doel van de AVG/GDPR. In essentie gaat het om privacy- wetgeving, niet om security-issues. Daarom is ook de ‘right to be forgotten’ een van de grootste uitdagingen waar organisaties voor staan. De meeste organisaties hebben geen idee welke ‘kritieke’ informatie ze hebben, laat staan dat ze weten waar die opgeslagen is, zeker niet buiten het formele systeem. Evenmin weten ze dus wie er toegang toe heeft, laat staan wie er toegang toe gekregen of genomen heeft. Denk alleen maar aan de ex-werknemers, die nog maanden zo niet jaren hun username/password combinatie houden.  Dus stel u de verwarring voor, als straks een burger eist dat zijn data verwijderd worden, en dat uw organisatie (u als verantwoordelijke) moet aantonen dat dit inderdaad gebeurd is? Heeft uw organisatie daar al een sluitend protocol voor ontwikkeld?

Uit het onderzoek blijkt dat de angst om risico’s, fouten en tekortkomingen eerlijk op te biechten ( aan de manager, maar zeker ook aan directie en commissarissen) een van de grootste struikelblokken is in de reis naar volledige AVG-compliance. Omdat het vooral om mensen gaat, en niet om de techniek – die is er of is beschikbaar. Compliance is ‘a state of mind’ en raakt de hele organisatie, niet alleen ICT –  zorg dus dat HR er actief bij betrokken wordt. Stel desnoods voor het project ‘klaar voor de AVG’ een aparte champion aan, iemand met gezag in de hele organisatie.

De tijd voor actie is ‘nu’ … niet morgen of overmorgen! Begin met in te zien dat er een probleem is, en hoe groot de risico’s.  Stel eens een testvraag: waar zit bij jullie AVG-gevoelige informatie? Is het antwoord compleet en betrouwbaar? Start een bewustwordingscampagne. Ondervraag de mensen op de werkvloer, dat zijn de enigen die echt weten hoe en wat, en wellicht ook ideeën hebben hoe te handelen. Inventariseer het gegevensverkeer (en de email)  met ketenpartners. Pas als de omvang van het probleem en de risico’s geëxpliciteerd zijn, kan er een degelijk plan van aanpak gemaakt worden. Laat u niet sussen met “alles is onder controle!”

Nog eens: de impact van AI en robotisering op de werkgelegenheid

Veel politici en werknemers maken zich grote zorgen over de gevolgen die kunstmatig intelligente systemen en robotisering zullen hebben voor de kwaliteit en kwantiteit van ‘werk’- naast kapitaal en natuurlijke hulpbronnen de derde traditionele productiefactor.

In een nieuw onderzoek identificeert PwC nu drie automatiseringsgolven, die elkaar opvolgen tussen nu en het midden van de jaren 30 van deze eeuw: de algoritmegolf, de augmentatiegolf en de autonomiegolf. De grootste impact verwacht PwC tussen nu en 2035. De onderzoekers analyseerden de functies en daarbij behorende competenties van meer dan 200.000 werknemers in 29 landen, waaronder Nederland.

We zitten nu midden in de algoritmegolf, gestructureerde data-analyse en eenvoudige digitale taken, zoals credit scoring worden rap ‘geautomatiseerd’. Er worden nog niet veel banen echt geautomatiseerd, behalve in de financiële dienstverlening – de bankensector heeft dat al laten zien.

In de augmentatiegolf – tot eind 2020 – worden vooral repetitieve werkzaamheden overgenomen door ‘intelligente’ machines en groeit de rol van drones, magazijnrobots en semi-autonome voertuigen. Tegen 2030 zal een op de vijf huidige banen veranderd of opgeheven zijn, in alle sectoren maar vooral in ‘finance’. Vrouwen zijn nog steeds marginaal kwetsbaarder dan mannen in deze tweede golf, hoewel de kloof kleiner wordt. Vooral opleidingsniveau wordt cruciaal, alleen met minstens HBO of universitair diploma is er weinig risico op vervanging.

In de derde en  laatste golf voorspelt PwC dat AI in staat zal zijn om gegevens uit meerdere bronnen te analyseren, zelfstandig beslissingen te nemen en fysieke acties te ondernemen met weinig of geen menselijke input. Robots en autonome voertuigen zullen veel huidige (vooral door mannen bezette)  functies overnemen, zeker in de sectoren transport, productie en detailhandel. Daardoor zal de algemene productiviteit echter enorm toenemen.

Op basis van de huidige genderprofielen van werkgelegenheid per sector zullen anvankelijk vooral vrouwen weg-geautomatiseerd worden, mannen gaan de gevolgen vooral tijdens de laatste golf voelen. Zie ook de verwachtingen voor ons land:

PwC is echter niet pessimistisch over de gevolgen voor de werkgelegenheid als zodanig.  “We verwachten rond 2030 geen massale werkloosheid. Net als bij vorige ‘revoluties’ zullen er waarschijnlijk voldoende nieuwe functies ontstaan om de werkgelegenheid en de rol van productiefactor arbeid overeind te houden. Bovendien zal de inzet van AI, robots en aanpalende technologieën ook een forse bijdrage aan het BNP gaan geven. Dat betekent niet dat we niet voor een grote uitdaging staan – er zal veel bij- en omgeschoold moeten worden.”

Het volledige rapport kunt u hier downloaden.

Vertrouwt u uw bank?

In november 2016 al  bood de Royal Bank of Scotland formeel excuses aan voor de manier, waarop zij vooral MKB-bedrijven in het Verenigd Koninkrijk placht te behandelen. Deze verontschuldigingen waren een reactie op de malafide dienstverlening door de bank, die in de laatste bankencrisis door de Britse overheid gered moest worden. De bank beloofde tot een bedrag van £400 miljoen teveel berekende kosten terug te storten; benadeelde bedrijven ( of curatoren daarvan) konden opnieuw hun klachten over oneerlijke behandeling indienen bij een onafhankelijke instantie. Voor de Bùhne probeerde men bonussen terug te vorderen van directeuren van de inmiddels niet meer bestaande Global Restructuring Group (GRG), binnen de bank de kern van de problemen. Het werd allengs duidelijk, dat de GRG expres kleine bedrijven failliet liet gaan, om winst te maken met de verkoop van hun assets. Het ging om liefst 12.000 bedrijven, waarvan er tenminste 8000 helemaal niet failliet hadden hoeven te gaan. In totaal eisten benadeelde partijen ca £1,5 miljard van de bank.

Aanvankelijk concludeerde de Britse toezichthouder, de Financial Conduct Authority, dat de beschuldigingen geen hout sneden. Later gaf ze schoorvoetend toe, dat “er enkele geïsoleerde gevallen van ‘poor practice’ waren geconstateerd”, maar dat nog steeds niet gesteld kon worden dat er beleid was bij RBS om winst te genereren door ondernemingen expres failliet te laten gaan. De Britse toezichthouder werd echter gedwongen het huiswerk opnieuw te maken. Dat onderzoek resulteerde 18 maanden geleden al in een vernietigend rapport, dat echter niet volledig openbaar werd gemaakt, “want nog niet helemaal definitief, betrokken functionarissen moeten eerst weerwoord kunnen geven”. De BBC publiceerde desalniettemin als eerste saillante details en bevindingen uit het gelekte rapport en concludeerde dat ruim 90% van de levensvatbare bedrijven ´systemisch´ leeggeroofd waren.

Nu hebben leden van het Britse Lagerhuis de Financial Conduct Authority opgedragen het complete rapport, af of niet af, binnen een week openbaar te maken, of in elk geval te overhandigen aan de ‘Treasury select committee’.  Versies van het rapport zijn immers gelekt en worden in de social media driftig gedeeld en becommentarieerd, de toezichthouder moet ophouden met treuzelen en tegenwerken. Verdere aarzeling zorgt alleen maar voor enorme reputatieschade, aldus de parlementariërs.

Bij ons komt dat soort wangedrag niet voor? Fraude met de libor-rente, dopinggebruik bij een wielerploeg, betrokkenheid bij vastgoedfraude, schikken voor witwassen van crimineel geld van Mexicaanse drugskartels, de OAD-casus, de ellende met rentederivaten?

Pagina 1 of 8

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén