Het spreekt voor zich, dat men ‘de ander’ met respect tegemoet treedt, ongeacht geslacht, etniciteit of seksuele voorkeur; en het is niet meer dan normaal dat de samenleving als geheel ernaar streeft iedereen gelijke kansen te bieden.

De huidige opkomst en bloei van de zogenaamde  ‘identiteitspolitiek’,  met de bijbehorende slachtoffercultus, met zijn neiging tot aanstoot nemen aan elke gepercipieerde ‘micro-agressie’, maakt van deze eerbiedwaardige principes een gevaarlijke karikatuur. Het recent verschenen boek The Rise of Victimhood Culture: Microaggressions, Safe Spaces en New Culture Wars, van de Amerikaanse sociologen Bradley Campbell en Jason Manning, biedt in dat kader fascinerende lectuur. Alleen al het gebruik van de term ‘slachtoffercultuur’ zal de auteurs bij SJW’s meteen verdacht maken;  maar Campbell en Manning maken zich heus juist veel zorgen over de opkomst van de ‘alt-right’ in de VS – zij zijn heuse evangelisten van gelijkwaardigheid en diversiteit, als onontbeerlijke componenten van een ‘culture of dignity’ waarin alle mensen van dezelfde essentiële waarde zijn. Maar zij vrezen, dat de nu zo populaire slachtoffercultuur, met haar neiging om onwelgevallige ideeën en sprekers te verbieden en ‘safe spaces’op te eisen voor elke ‘kwetsbare’ minderheid, op termijn alleen bitterheid en verdeeldheid zal creëren. Want, is hun angst, de echt arme en boze witte vrouwen en mannen, die overal de schuld van krijgen en als groep duidelijk worden uitgesloten van het slachtofferschap, zullen steeds meer hun toevlucht zoeken in een eigen gepolitiseerd slachtofferschap – met gevolgen als Trump, de Brexit, Wilders en andere onaangenaamheden. Bovendien heeft het identiteitsdenken het zo druk met het zoeken van kwetsers, dat het de serieuze dreiging van groeiende economische ongelijkheid en  armoede veronachtzaamt, die geen enkel onderscheid maakt qua etniciteit, geslacht of geaardheid.

Het aanpakken van economische ongelijkheid helpt juist alle kansarme groepen, terwijl de focus op kleur, geaardheid, en ras alleen verdeeldheid zaait. De dagelijkse vernederingen, die worden ervaren door het moderne precariaat, zijn in feite de grootste vorm van onrecht die de huidige samenleving ontwricht, en niet de intocht van de Goedheiligman of de opkomst van het FvD.

Waar eens de economische klassenstrijd de rijkeluiskinderen op de barricaden dreef, lijken zij zich nu alleen nog maar in te zetten voor respect voor identiteit(en). Daarbij komen nieuwe begrippen op als bellen in kokend water. Na ‘mansplaining’ kwam ‘whitesplaining’, snel gevolgd door ‘straightsplaining’. Witte mannen maken zich dagelijks schuldig aan ‘microaggressions’, al dan niet in de vorm van seksistisch ‘disrespect’, door ‘body-shaming’ (“zou u haar doen?”), fat-shaming of slut-shaming.  Weerloze ‘snowflakes’ worden door hun beschermers, de sjw’s, vooraf via triggerwarnings gewaarschuwd voor elke wellicht kwetsende content. En bescherming van de eigen bubble is noodzakelijk, want velerlei -ismen tieren welig, geuit in discriminatie, white supremacy en ‘cultural appropriation’. Cisgender validisme gaat niet zelden gepaard met al dan niet virulente islamo- en (bien étonnés de se trouver ensemble) trans-, homo-, lesbo- of zelfs bifobie – zo vinden tenminste de echt ‘woke’ jongelui.

 

 

Ouderwets meritocratische opvattingen botsen hard met de gelijkheidswanen en de sensitiviteit van de zogenaamde ‘crybabies’: het merendeel van de millennials en wat daarna komt. Zij zien in elke minderheid een slachtoffer van onrecht; komen zij voor hen op, dan verwijten de politiek-incorrecten hen dat zij slechts aan ‘virtue-signalling’ doen. Hun protesten op twitter, fb of in de media dienen immers slechts als bewijs dat zij moreel hoogstaander zijn dan de tegenpartij? In elk geval blijven zij impactloos. ‘Crybullies’ zoals de anti-zwartepieten daarentegen komen wél zelf in actie en zetten hun vermeende slachtofferschap in als wapen om andersdenkenden te intimideren. De MSM houden de vinger aan de pols en voeren een hartstochtelijk debat over De Kwestie van de Dag. Slechts zelden wordt de vraag gesteld of alleen witte mannen zich schuldig maken aan het bijbehorend –isme, of ook vrouwen seksistisch kunnen zijn, dan wel mensen van kleur ooit op racisme betrapt kunnen worden.

Dit dodelijke identity-virus heeft zich vanuit Amerikaanse en Canadese universiteiten over bijkans de hele westerse wereld verspreid. Inmiddels kan een onhandige uitspraak hier enorme persoonlijke consequenties hebben: neem bijvoorbeeld de openbare vernedering die de Nobelprijswinnende Britse wetenschapper Tim Hunt te beurt viel, voor het tijdens een toespraak in 2015  maken van een onschuldig grapje over ‘girls in labs’. Die toespraak wilde  jonge vrouwen juist aanmoedigen om wetenschapper te worden, maar volgens de sjw’s was en is Hunt (destijds 72!) een onvergeeflijke seksist en werd door het vitriool dat over hem werd uitgestort bijna tot zelfmoord gedreven.

Campbell en Mannings analyse van het probleem poneert, dat vroeger, in de oude ‘honour culture’ die toen heerste, vooral en juist mannen zich snel beledigd voelden, en daarop hun toevlucht zochten tot fysieke strijd om  eer en reputatie te verdedigen. Denk aan het klassieke duel.  Die macho ‘eercultuur’ is volgens de auteurs nu alleen nog te vinden bij specifieke groepen, zoals straatbendes of de (mocro)mafia. Voor de samenleving als geheel eiste (en eist) deze primitieve eerwraak een (te) hoge tol in termen van fysiek letsel en verlies. Vandaar de algemene verschuiving (in het Westen) van ‘honour culture’ naar een ‘dignity culture’ – een meer pragmatische en constructieve cultuur van eigenwaarde en waardigheid, waarin beledigingen koeltjes aangehoord worden en er juridische rechtsmiddelen zijn om je recht te halen als het te erg wordt.

Deze ‘dignity culture’ keurde primitief (mannelijk) reactief geweld sterk af. De recent opgekomen slachtoffercultuur echter, aldus Campbell en Manning, deelt wel dezelfde (maar nu vooral feminiene?) prikkelbaarheid, het snel gekwetst zijn, met de honour culture – maar in plaats van zelf wraak te nemen eist zij dat de overheid het gepercipieerd onrecht of de beledigingen voorkomt door wet- en regelgeving, en uiteindelijk ook streng afstraft. Zie bijvoorbeeld de eis om Sinterklaas te verbieden. Woorden worden door de sneeuwvlokjes gezien als een vorm van geweld, die ernstige gestelijke of zelfs lichamelijke pijn en schade veroorzaakt; vandaar de behoefte aan ‘safe spaces’ en het uitbannen van elke mogelijk aanstootgevende teksten, meningen of sprekers aan universiteiten en in openbare debatcentra.

De dragers van deze slachtoffercultuur roepen daarbij op tot “constante waakzaamheid en verontwaardiging” voor elke vorm van aggressie tegen hun overtuigingen, dan wel afwijking van de  heersende deugende opinies. Ideologische zuiverheid  is belangrijk, en nog belangrijker is het om altijd en voortdurend van de eigen morele superioriteit blijk te geven. Een enkele misstap is genoeg om sociale schande over zich af te roepen – zie de casus AnneFleur Dekker. Is men lid of onderdeel van meerdere categorieën slachtoffers (zoals de lesbische ‘vrouw van kleur’ met een bult) , dan geniet men een hogere morele status dan zij die slechts op een of twee achterstand betekende kwaliteiten kunnen pochen.

Dergelijke  ‘zuiverheidsspiralen’ leiden volgens de auteurs tot steeds verdere versplintering en onmacht van de traditioneel progressieve, maar inmiddels steeds meer regressief te noemen bewegingen. Met hun virulente haat tegen de ander zaaien zij haat en verdeeldheid, in plaats van de inclusiviteit te bevorderen. De slachtoffercultuur dreigt mensen te verdelen, in enerzijds de groep die bevoorrecht is vanwege de hoge morele standaarden dan wel vanwege hun slachtofferschap als lid van een  betreurenswaardige minderheid, en anderzijds de anderen – de boze witte mannen en/of de Tokkies in het algemeen. Als in Orwell’s Animal Farm,  waar alle dieren gelijk zijn, maar sommige gelijker dan andere.

De gestage uitholling van principes als universeel respect en hoffelijkheid door de Social Justice Warriors, Antifa’s en hun kornuiten zal de wereld geen enkel goed brengen en resulteren in gefragmenteerde, parallelle, niet communicerende boze samenlevingen.

En ondertussen worden de echt grote kwesties van armoede en gelijkheid van kansen schromelijk verwaarloosd.

 

Diversiteitsstreven schaadt wetenschappen – behalve de pseudowetenschappen natuurlijk!