Categorie: ICT & Finance (Pagina 1 van 5)

De gevaren van AI onderschat

Kunstmatige intelligentie, de parapluterm voor zeer diverse AI-technologieën, is inmiddels definitief uit het lab de dagelijkse werkelijkheid binnengestormd. U kunt in China via uw smartphone moeiteloos met het hotelpersoneel communiceren, en uw volgende auto zal zich minstens zelf parkeren. AI wordt echt ingezet, met echte resultaten en een meetbare impact op uw dagelijks leven. Mensen met de vaardigheden om dergelijke systemen te bouwen en te gebruiken verdienen mega-salarissen.

Maar een nieuw rapport over de nadelen van deze ongebreidelde opmars van AI waarschuwt, dat we meer aandacht zouden moeten hebben voor de morele aspecten van de technologie. Het document van 99 pagina’s turft een onaangename en soms lugubere waslijst af van mogelijk kwaadaardig gebruik van AI – van zelfrijdende bomauto’s tot schoonmaakrobots die worden ingezet om politici te vermoorden,  van criminelen die geautomatiseerde en zeer gepersonaliseerde phishing-campagnes starten tot overheden die ‘automatisch’ onwelgevallig nieuws uit de media weren.

De ruim twee dozijn auteurs, representanten van instellingen als de universiteiten van Oxford en Cambridge, het door Elon Musk-gefinancierde instituut OpenAI, de digitale-rechtengroep de Electronic Frontier Foundation, computerbeveiligingsbedrijf Endgame en denktank Center for a New American Security, roepen op tot een urgente en indringende discussie over het mogelijk misbruik van AI-technologie en hoe we ons daartegen kunnen wapenen.

Zeker academische AI-onderzoekers zouden meer paranoïde en minder open moeten zijn over hun werk. Mensen en bedrijven moeten veiligheidsmaatregelen tegen criminelen of aanvallers in hun technologie inbouwen – en misschien zelfs wel bepaalde ideeën, tools of toepassingen achterhouden.

In reactie op het veranderende dreigingslandschap doen de auteurs vier aanbevelingen:

  1. Onderzoekers en techneuten moeten de dual-use aard van hun werk serieus nemen
  2. Beleidsbepalers moeten nauw samenwerken met onderzoekers om potentieel kwaadwillig gebruik van AI op te sporen, voorkomen en mitigeren.
  3. Best practices moeten geïdentificeerd en gedeeld worden voor het aanpakken van voorbeelden van dual-use.
  4. De problemen, risico’s en gevaren van de (toepassing van de) technologie verdienen een meer proactieve discussie tussen alle stakeholders.

Het grote gevaar is, aldus de auteurs van het document, dat de AI-profeten decennialang veel meer beloofd hebben dan ze waar konden maken, waardoor ‘men’ het idee heeft dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. De feiten van vandaag halen die houding effectief onderuit.

The Malicious Use  of Artificial Intelligence: Forecasting, Prevention,  and Mitigation

The Future of Financial Reporting is nog niet echt zonnig

Het zojuist verschenen rapport The Future of Financial Reporting 2017 van Workday in samenwerking met FSN verzamelt de inzichten van bijna 1.000 senior Finance-leiders, in niet minder dan 23 verschillende sectoren. Dit keer ligt de focus van de ondervraging op (de meningen en aanpak van respondenten ten aanzien van) die eeuwigdurende uitdaging voor de financiële sector: de financiële verslaggeving.

Veel CFO’s lijken de grip op de verslaggeving te verliezen. De meerderheid voelt zich meegesleurd in een spreadsheet-draaikolk – 43% van de ondervraagde senior finance-managers weten niet eens hoeveel bedrijfskritieke spreadsheets in de organisatie in gebruik zijn. Het rapportageproces blijkt liefst 97 procent van de CFO’s’ s nachts wakker te houden.

Een aantal andere highlights:

  • 75 procent van de CFO’s is nog niet overgestapt naar realtime rapportage aan de boardroom.
  • 69 procent van de CFO’s kan nog steeds niet zonder spreadsheets bij de verslaglegging
  • 50 procent maakt zich zorgen dat niet alle documenten en klantendata naar de laatste stand van zaken bijgewerkt zijn.
  • 40 procent van de respondenten durfde niet te beweren dat hun gegevens altijd betrouwbaar en accuraat zijn.
  • 36 procent van de CFO’s kan niet op elk gewenst moment inzicht krijgen in de status van het rapportageproces.

De belangrijkste uitdaging die momenteel voorligt bestaat uit de vele CFO’s, die denken dat ze een rapportageprobleem hebben, terwijl ze in feite een data-probleem hebben. Het gros van de oude (´legacy’) financiële systemen kan de organisatie niet de rapportage bieden die ze vandaag nodig hebben om succesvol te zijn. Volgens de enquête heeft slechts 60% van de boards een compleet beeld van de ‘performance’ van hun organisatie. Dat komt, omdat veel bedrijven noodgedwongen afhankelijk zijn van een combinatie van spreadsheets, systeemkoppelingen en/of krakkemikkige systeemintegraties, om gegevens uit verschillende systemen bijeen te sprokkelen en te kunnen aggregeren – met alle risico’s van fouten en onnauwkeurigheid van dien, naast extra kosten en inflexibiliteit.

Geen wonder dat zo veel jaarverslagen geen goedkeuring krijgen…

Weg met de Bitcoin, leve Ripple?

Western Union is de meest recente financiële dienstverlener die een experiment aankondigt met de Ripple-blockchain en XRP als cryptocurrency. Dat zal de  aantrekkelijkheid van Ripple vergroten,  en helpen Bitcoin als marktleider te verdringen. Ripple bevestigde de overeenkomst met Western Union. “We hebben verschillende producten met Western Union getest”, zegt het tegen Bloomberg News.  Ook de Saoedi-Arabische Monetaire Autoriteit (SAMA) – de centrale bank voor het Koninkrijk Saoedi-Arabië – tekende een overeenkomst om blockchain-software van Ripple, XCurrent, te introduceren bij de Saoedische banken. Voorshands is Western Union echter een van de weinigen, die met XRP experimenteert, waardoor Ripple een nog grotere speler zou kunnen worden op de cryptomarkt.

Vorige week vertelde Ripple CEO Brad Garlinghouse aan deelnemers van een Goldman Sachs technologieconferentie in San Francisco, dat transacties met XRP “1.000 keer sneller” zijn dan die met crypto-marktleider bitcoin, en slechts “een fractie van een cent” zouden kosten in vergelijking met bitcoin’s $ 13. Het bedrijf hoopt te werken “binnen het systeem” om grip te krijgen op de mainstream, zei Garlinghouse. Na een forse stijging in 2017, bereikte XRP in januari 2018 een hoogste waarde ooit van $ 3,84 per eenheid, maar deze is sindsdien teruggevallen tot ongeveer $1,16 (op het moment dat ik dit schrijf). Als de samenwerkingsverbanden van Ripple met Western Union en andere instellingen succesvol verlopen, zou 2018 het jaar kunnen worden waarin het serieus de bitcoin naar de kroon steekt.

AI al hard aan het werk

Een jaar geleden – in januari 2017 –  publiceerde Infosys Amplifying Human Potential, een rapport dat de opmars van AI in ondernemingen wereldwijd  in kaart bracht. Toen rapporteerde een kwart (25 procent) van de respondenten, dat de AI-technologie die hun organisatie had geïmplementeerd aan de verwachtingen voldeed. Maar de meesten erkenden, dat hun organisatie zich nog maar in de beginfase van de inzet van de AI bevond.

Nu heeft Infosys een nieuw rapport vrijgegeven, met de resultaten van een vers onderzoek onder IT-besluitvormers en senior executives bij ondernemingen in zeven landen. Welke impact heeft die KI/AI al in de onderneming?

Het document bespreekt AI in termen van

  • Return on Investment
  • Mensen en vaardigheden
  • Leiderschapsconsequenties.

De basishouding van Infosys en haar klanten tegenover kunstmatige intelligentie is en blijft, dat AI-technologie het menselijk potentieel kan vergroten, versterken en verbreden. Ondernemingen kunnen (zullen) daardoor ‘transformeren’, radicale kostenbesparingen en efficiëntieverbetering worden mogelijk en nieuwe kansen om echte waarde te creëren komen in zicht.

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat AI-technologieën inmiddels uit het experimentenlab naar buiten gekomen zijn.  Ze worden echt ingezet, met echte resultaten en een meetbare impact op de bedrijfsstrategie, op investeringen in groei, op werving, HR, klantervaring en het concurrentie-umfeld.

Wel blijkt uit het onderzoek, dat zeven landen overspande en antwoorden loskreeg van 1.053 C-level executives, dat acht van de tien financial executives zich zorgen maakt over de gevolgen van AI voor de financiële functie. AI verslaat de mens op dit terrein: 45 procent van de ondervraagden meldde dat AI-toepassingen de nauwkeurigheid en productiviteit van vergelijkbare menselijke actoren aanzienlijk overtreffen, nog eens 37 procent dat hun AI-technologie ‘ietsje’ beter presteert dan de menselijke collega’s. Maar er bestaan ​​duidelijke verschillen van land tot land. Waaruit je wellicht de gemiddelde opleidingsgraad van de kantoorbevolking kunt afmeten…

Nog wat highlights:

  • Australië ( toch wel een voorloper qua Fintech) lijkt de minste plannen te hebben (21%) om AI verder in te zetten, in tegensstelling tot China, waar alle (100%) organisaties concrete verdergaande plannen rapporteren.
  • de Farma/Life sciences sector heeft het meeste succes met het implementeren van AI-technologie (40%), de overheid heeft voor 73% zelfs geen plan daartoe.
  • Farma en life sciences vertonen dan ook de hoogste AI Maturity Index-scores
  • Organisaties met een snelle omzetgroei zijn het er het meest van overtuigd dat AI essentieel is voor het succes van de strategie van hun organisatie (88%)
  • de financiële sector heeft moeite met het vinden van talent om de integratie van AI-technologie te leiden/begeleiden.

Infosys president Mohit Joshi zegt dat hoewel er een “enorme hoeveelheid hype” rondom AI heerst, bedrijven toch “duidelijke en meetbare resultaten” beginnen te zien. “Disruptie door AI is niet langer iets van de nabije toekomst – die is al gaande! Organisaties die AI nu strategisch weten in te zetten, met het doel hun personeel te versterken, in plaats van het te vervangen, zullen hun concurrenten die dat anders aanpakken snel irrelevant maken.”

Middenkader: wij zijn helemaal niet klaar voor de AVG/GDPR, directie!

Vers internationaal onderzoek in Groot Brittannië, de VS, Duitsland en Australië laat zien dat krap 20% van de middenmanagers denkt dat hun organisatie klaar is voor de AVG, tegen 41% van de directeuren en commissarissen.

In theorie is het bestuur steeds op de hoogte van wat er in een organisatie speelt, omdat er trouw en waarheidsgetrouw aan hen gerapporteerd wordt. De praktijk is vaak toch net ietsje anders – en dat is natuurlijk de oorzaak van deze discrepantie. Managers op de werkvloer weten maar al te goed, dat en hoe de medewerkers shortcuts verzinnen om formele werkprocessen te omzeilen. Zij gebruiken bijvoorbeeld privé schaduwbestanden, en creëren daarmee soms ernstige securityproblemen, zeker als ze die bestanden in de trein of bij de McDonalds achterlaten.  De beste houding die directies daartegen kunnen innemen is ‘Do not shoot the messenger’ – als het nodig is moeten mensen straffeloos onregelmatigheden kunnen en durven melden. “Ik heb per ongeluk een excelbestand naar X gemaild – wat moeten we nu? Wat moet ik doen?” Natuurlijk moeten bestuur én middenkader kritisch vragen blijven stellen; en ook de bestuurderen zelf zijn wat shortcuts betreft niet zonder zonden, al wordt het daar zelden op aangesproken.

Er is nog steeds de nodige verwarring rond het ware doel van de AVG/GDPR. In essentie gaat het om privacy- wetgeving, niet om security-issues. Daarom is ook de ‘right to be forgotten’ een van de grootste uitdagingen waar organisaties voor staan. De meeste organisaties hebben geen idee welke ‘kritieke’ informatie ze hebben, laat staan dat ze weten waar die opgeslagen is, zeker niet buiten het formele systeem. Evenmin weten ze dus wie er toegang toe heeft, laat staan wie er toegang toe gekregen of genomen heeft. Denk alleen maar aan de ex-werknemers, die nog maanden zo niet jaren hun username/password combinatie houden.  Dus stel u de verwarring voor, als straks een burger eist dat zijn data verwijderd worden, en dat uw organisatie (u als verantwoordelijke) moet aantonen dat dit inderdaad gebeurd is? Heeft uw organisatie daar al een sluitend protocol voor ontwikkeld?

Uit het onderzoek blijkt dat de angst om risico’s, fouten en tekortkomingen eerlijk op te biechten ( aan de manager, maar zeker ook aan directie en commissarissen) een van de grootste struikelblokken is in de reis naar volledige AVG-compliance. Omdat het vooral om mensen gaat, en niet om de techniek – die is er of is beschikbaar. Compliance is ‘a state of mind’ en raakt de hele organisatie, niet alleen ICT –  zorg dus dat HR er actief bij betrokken wordt. Stel desnoods voor het project ‘klaar voor de AVG’ een aparte champion aan, iemand met gezag in de hele organisatie.

De tijd voor actie is ‘nu’ … niet morgen of overmorgen! Begin met in te zien dat er een probleem is, en hoe groot de risico’s.  Stel eens een testvraag: waar zit bij jullie AVG-gevoelige informatie? Is het antwoord compleet en betrouwbaar? Start een bewustwordingscampagne. Ondervraag de mensen op de werkvloer, dat zijn de enigen die echt weten hoe en wat, en wellicht ook ideeën hebben hoe te handelen. Inventariseer het gegevensverkeer (en de email)  met ketenpartners. Pas als de omvang van het probleem en de risico’s geëxpliciteerd zijn, kan er een degelijk plan van aanpak gemaakt worden. Laat u niet sussen met “alles is onder controle!”

Nog eens: de impact van AI en robotisering op de werkgelegenheid

Veel politici en werknemers maken zich grote zorgen over de gevolgen die kunstmatig intelligente systemen en robotisering zullen hebben voor de kwaliteit en kwantiteit van ‘werk’- naast kapitaal en natuurlijke hulpbronnen de derde traditionele productiefactor.

In een nieuw onderzoek identificeert PwC nu drie automatiseringsgolven, die elkaar opvolgen tussen nu en het midden van de jaren 30 van deze eeuw: de algoritmegolf, de augmentatiegolf en de autonomiegolf. De grootste impact verwacht PwC tussen nu en 2035. De onderzoekers analyseerden de functies en daarbij behorende competenties van meer dan 200.000 werknemers in 29 landen, waaronder Nederland.

We zitten nu midden in de algoritmegolf, gestructureerde data-analyse en eenvoudige digitale taken, zoals credit scoring worden rap ‘geautomatiseerd’. Er worden nog niet veel banen echt geautomatiseerd, behalve in de financiële dienstverlening – de bankensector heeft dat al laten zien.

In de augmentatiegolf – tot eind 2020 – worden vooral repetitieve werkzaamheden overgenomen door ‘intelligente’ machines en groeit de rol van drones, magazijnrobots en semi-autonome voertuigen. Tegen 2030 zal een op de vijf huidige banen veranderd of opgeheven zijn, in alle sectoren maar vooral in ‘finance’. Vrouwen zijn nog steeds marginaal kwetsbaarder dan mannen in deze tweede golf, hoewel de kloof kleiner wordt. Vooral opleidingsniveau wordt cruciaal, alleen met minstens HBO of universitair diploma is er weinig risico op vervanging.

In de derde en  laatste golf voorspelt PwC dat AI in staat zal zijn om gegevens uit meerdere bronnen te analyseren, zelfstandig beslissingen te nemen en fysieke acties te ondernemen met weinig of geen menselijke input. Robots en autonome voertuigen zullen veel huidige (vooral door mannen bezette)  functies overnemen, zeker in de sectoren transport, productie en detailhandel. Daardoor zal de algemene productiviteit echter enorm toenemen.

Op basis van de huidige genderprofielen van werkgelegenheid per sector zullen anvankelijk vooral vrouwen weg-geautomatiseerd worden, mannen gaan de gevolgen vooral tijdens de laatste golf voelen. Zie ook de verwachtingen voor ons land:

PwC is echter niet pessimistisch over de gevolgen voor de werkgelegenheid als zodanig.  “We verwachten rond 2030 geen massale werkloosheid. Net als bij vorige ‘revoluties’ zullen er waarschijnlijk voldoende nieuwe functies ontstaan om de werkgelegenheid en de rol van productiefactor arbeid overeind te houden. Bovendien zal de inzet van AI, robots en aanpalende technologieën ook een forse bijdrage aan het BNP gaan geven. Dat betekent niet dat we niet voor een grote uitdaging staan – er zal veel bij- en omgeschoold moeten worden.”

Het volledige rapport kunt u hier downloaden.

Het gedistribueerde grootboek: Mining the value of business ecosystems

Het kan aan de enorme sneeuwval in Davos dit jaar gelegen hebben, maar er was bij het Nederlandse journaille weinig inhoudelijke interesse voor wat er besproken werd – afgezien van de toespraak van Trump, van het feit dat Rutte en Maxima er ook waren. Google maar eens naar recente Nederlandstalige artikelen over “Davos WEF”, en huiver.

Het ontging de kritische journalisten bijvoorbeeld ten enenmale, dat er ook druk gedebatteerd werd over het gedistribueerde grootboek en de bijbehorende technologie (beter bekend als blockchain, hoewel dat eigenlijk slechts één voorbeeld is van gedistribueerde grootboektechnologie). Er is nog steeds veel hype rond het begrip – vaak vanwege een gebrek aan kennis en inzicht – maar de relevantie van de blockchain is veel breder en groter dan dat van infrastructuur voor die vermaledijde cryptovaluta, die in die periode wel in de krantenkoppen figureerden.

De echte belofte van het gedistribueerde grootboek ligt in de mogelijkheid die het biedt om op betrouwbare, veilige en transparante wijze toegang krijgen tot en delen van specifieke dataverzamelingen. Neem bijvoorbeeld de onrustbarende toename van sepsis. Op basis van analyse van signalen die het lichaam afgeeft, gekoppeld aan historische gezondheidsgegevens, is het mogelijk vroegtijdig waarschuwingssignalen te genereren, die medische interventie mogelijk maken vóórdat ernstige symptomen optreden. Een ander voorbeeld zijn banken die leningen willen geven in opkomende markten, waar vaak geen kredietrisicogegevens zijn, maar wel sprake is van wijdverbreid gebruik van mobiele telefoons inclusief betaal-apps.  Zie ook het open-banking initiatief en PSD2

 

Gedistribueerde grootboeken zijn ook belangrijk voor het ontsluiten van de cumulatieve kracht en ‘value’ van de zogenaamde ecosystemen. Het wordt zelfs voor de grootste en meest succesvolle bedrijven duidelijk, dat ze niet alles alleen kunnen doen, en dat je beter kunt samenwerken dan elkaar dood concurreren.  De verwachting is dat tegen 2025 30 procent van de wereldhandel gerealiseerd zal worden door of vanuit dergelijke ecosystemen. De strategie van de spelers is, hun rol te optimaliseren in dergelijke business ecosystems in nauwe samenwerking met andere stakeholders – bedrijven, platforms, wederverkopers, agentschappen en dergelijke. Daartoe sluiten zij formele en informele partnerschappen, synergetische overeenkomsten, allianties en andere verbintenissen – liefst via ‘smart contracts!  Een (ICT) probleem is tot op heden, dat het  met de huidige technologie niet eenvoudig is om verschillende gegevenssystemen met elkaar te laten praten. Gedistribueerde grootboeken kunnen daarin voorzien, zo stelde men in Davos, zij zijn zelfs het meest veelbelovende instrument om het gewenste niveau van compliant communicatie en gegevensanalyse mogelijk te maken.

Waarvan akte.

 

Smart Cities en de AVG/GDPR

De veelbesproken gegevensbeschermingsverordening GDPR van de EU treedt op 25 mei 2018 in werking. De verordening bestrijkt onder de noemer persoonlijke privacy een brede scala aan issues,  waarbij de nadruk ligt op ( de beveiliging en zekerstelling van) gegevens die tot een individu herleidbaar zijn en het recht om te worden vergeten.

De GDPR (in ons land AVG, Algemene Verordening Gegevensbescherming) wordt van kracht, terwijl steden en dorpen over de hele wereld het Internet of Things (IoT) omarmen en als zogenaamde ‘Smart Cities” hopen door het verzamelen en combineren van enorme hoeveelheden gegevens efficiëntere geautomatiseerde diensten te leveren.

Wat betekent GDPR voor de manier waarop Smart City-initiatieven gegevens gebruiken? En hoe kunnen de honderden Smart City-projecten in de EU gegevensgestuurde services leveren en toch compliant blijven? De zorg waarmee bijvoorbeeld de VNG dit vraagstuk tegemoet treedt is een voorbeeld voor vele ondernemingen.

Gezien de overvloed aan kansen en mogelijkheden die het concept Smart Cities biedt – van slimme lantaarnpalen en parkeerhulp tot geautomatiseerde pakketbezorging, GPS-diensten en sociale preventie ‘nudging’, gaat het in veel gevallen om persoonlijke en tot een persoon herleidbare data. Smart cities moeten ook de uiterste zorg betrachten bij het definiëren van de juiste rechtsgrondslag waarop zij gegevens van personen verzamelen, verwerken en gebruiken. En mochten ze van plan zijn deze gegevens te delen met andere overheidsdiensten en / of bedrijven, dan moeten ze alle relevante informatie aan de betrokkene verstrekken, op het moment van verzamelen en voordat het feitelijke delen plaatsvindt; inclusief met wie en waarom ze van plan zijn te delen gegevens. Het zal de gemeenten (net als andere organisaties) niet meevallen te bewijzen dat zij dit alles ‘AVG-compliant’ doen, helemaal waar het gaat om de audit-vereisten.

De grootste verandering die we met de GDPR zullen zien, is de machtsverschuiving tussen de houder en de eigenaar van de gegevens – de gemeente of de burger, de onderneming of de consument. Zodra de GDPR van kracht wordt, hebben consumenten het recht om te vragen hoe en wanneer en waarom hun gegevens worden gebruikt en moeten zij daar toestemming voor geven. Bovendien behouden ze zich het recht voor, bepaalde informatie te (doen) vergeten.

Dreigt disruptie ook in uw bedrijfstak?

We spreken van een disruptieve ontwikkeling, als een jonge en kleine onderneming op basis van nieuwe technologie met relatief weinig middelen in staat blijkt, de positie van traditionele marktleiders te ondergraven. Denk aan Airbnb, dat in luttele jaren méér kamers aan kan beden dan de traditionele hotelketens.  Er heersen nogal wat misverstanden rond die disruptie. De belangrijkste is wel, aldus Accenture,  dat zo’n ontwikkeling als bij toverslag opduikt en niet te voorspellen zou zijn. Een andere misvatting is dat je als onderneming niets kunt doen tegen zo’n rampzalige ontwikkeling: het overkomt je. Onzin, zegt Accenture: tegenwoordig kunnen we heel wel voorspellen  dat en waar de volgende zal plaatsvinden. En met die kennis gewapend wordt ‘disruptie’ eerder een kans dan een bedreiging.

Voor een beter begrip van de aard en reikwijdte van dergelijke revoluties ontwikkelde Accenture de zogenaamde Disruptability Index. Daarin worden  gegevens over disruptors in 20 sectoren (en 98 sub-sectoren) afgezet op twee assen, hetgeen de volgende verdeling in vier kwadranten op levert, vier maten van disruptievatbaarheid: durability, vulnerability, volatility en viability.

Onder durability treffen we ‘mature’ sectoren  als de brouwers en destillateurs. Hoewel bijvoorbeeld het aantal bierbrouwers in de US in tien jaar steeg van 1400 naar 5000 ( volgens Statista) en de voiorkeur van de consument verschuift naar ‘ambachtelijk’,  weten de grote brouwers hier mee om te gaan.

Bij vulnerability  zijn er hoge barrières (als vergunningen en zwaar toezicht) die het nieuwe spelers moeilijk maken. Desalniettemin ervaren de traditionele spelers veel (prijs)druk, en worden ze gedwongen zelf de nieuwste technologieën te adopteren, omdat er veel kapers op de kust zijn.

In de volatility hoek komt veel disruptie voor en dat zal zo blijven. Denk aan de autoleasemaatschappijen, hotels en de financiële dienstverlening.

In het viability-kwadrant treffen we de sectoren die door de nieuwe ICT al enorm veranderd zijn. Disruptie is hier eerder een constante dan een zeldzame gebeurtenis.

Waar plaatst u uw onderneming en branche?  Wilt u weten welke strategie u vervolgens het best kunt volgen, lees dan ‘How Likely Is Your Industry to Be Disrupted? This 2×2 Matrix Will Tell You’, op HBR.org

Marie Curie, twee maal winnares van de Nobelprijs, in 1903 en in 1911, zei het al : “Dans la vie, rien n’est à craindre, tout est à comprendre.” Als je doorhebt hoe het zit, hoef je nergens bang voor te zijn.

 

Vijf kenmerken van agile organisaties

Wat zal het dominante organisatorische paradigma zijn, de komende 100 jaar? Hoe zullen bedrijven stabiliteit aan dynamiek koppelen? Welke organisaties zullen in hun niche domineren, en welke ten onder gaan?

Het McKinsey paper Agility? It rhymes with stability  beschrijft de paradox die echt ‘agile’, wendbare organisaties overmeesteren, en hoe het ze lukt tegelijkertijd stabiel en dynamisch te zijn en te blijven. Vanuit een stabiele ruggengraat, die langzaam evolueert, ondersteunen ze  dynamische functies of tentakels, die zich snel aanpassen aan nieuwe uitdagingen en kansen. De smartphone levert een bruikbare analogie; het fysieke ding fungeert als een stabiel platform voor talloze steeds veranderende ‘applicaties’, waardoor elke gebruiker zijn eigen optimale tool heeft en houdt. Agile organisaties zijn alert en waakzaam, komen snel waar en wanneer nodig in actie, zijn soepel en flexibel, kortom ze ageren en reageren als een levend organisme.

In een ander net verschenen artikel onderzoekt Mckinsey wat de overeenkomsten zijn, die echt wendbare organisaties delen.

Dat zijn dus:

  1. een duidelijke missie om waarde te creëren voor alle stakeholders, niet alleen de aandeelhouders en directie
  2. in plaats van een strakke top-down hiërarchie een dynamische netwerkstructuur met zelfsturende teams van wisselende samenstelling
  3. voortdurend verbeterende en transparante besluitvorming, processen en procedures
  4. gemotiveerde en ondernemende medewerkers die missie, normen en waarden delen en snel kunnen schakelen, daartoe in staat gesteld door effectief leiderschap
  5. optimale inzet van de nieuwste technologie

Uit het bijbehorend McKinsey onderzoek blijkt overigens, dat nog geen 10% van de ondernemingen zich echt organisatiebreed ‘agile’ mag noemen. Maar driekwart van de executives zeggen er bewust naar te streven, en vier op de tien is in elk geval begonnen met experimenten in de periferie van de organisatie.

Pagina 1 of 5

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén