Op Aeon schrijft hoogleraar literatuurwetenschappen Matt Seybold een lezenswaard stuk over de rol en geloofwaardigheid van ‘Finance’.

Hij begint met de anekdote over Dick Fuld, dan nog bewonderd als CEO van – de snel daarna zo beruchte – investment bank Lehman Brothers, die op 10 Juni 2008 zijn executive committee bijeenroept vanwege een dreigend verlies van $6 miljard in de eerste helft van dat jaar. De zorg die hij deelt met zijn mensen is echter niet het enorme verlies, of wat daaraan te doen – neen, de grote vraag is: “How do we restore confidence?”

De anekdote komt uit Andrew Ross Sorkin’s Too Big to Fail (inmiddels een gevleugelde term), een boek dat de professor las terwijl hij bezig was met een onderzoek naar Herman Melville’s The Confidence-Man (1857), in het Nederlands verschenen onder de titel De Maskerade. In beide boeken speelt ‘confidence’ of vertrouwen een hoofdrol, in beide boeken wordt dat vertrouwen beschaamd.

Inmiddels staan de wolven van Wall Street bekend als niets ontziende oplichters, maar hun de schuld geven is te gemakkelijk, aldus Seybold: is het niet eerder zo, dat de crisis van 2008 systemische fouten en zwakten aantoont in ons financieel systeem?

Het plan dat Fuld en de zijnen ontwikkelden om de publieke perceptie en opinie zodanig te ‘masseren’ dat Lehman Brothers het vertrouwen van de consument zou terugwinnen, was geen dwaas idee van een stel gekken, maar integendeel,  “the conventional wisdom of the profession”. Bijna alle banken hadden te lijden van slechte hypotheken – de overheid in de VS beschuldigde minstens twaalf banken van boekhoudkundige malversaties. Lehmann kreeg de meeste aandacht en dus de zwartepiet van de media, volgens Fuld georkestreerd door een stel malafide hedgefund managers die de koers van zijn bank kunstmatig naar beneden manipuleerden. Net zoals de bank zelf op 18 maart van datzelfde jaar via manipulatie (en persoonlijke telefoontjes aan meer dan 10.000 investeerders) de grootste koerswinst ooit op één dag wist te realiseren voor de eigen aandelen.

In de maanden voor de uiteindelijke ondergang van de bank werden alle kaarten gezet op communicatie, op vertrouwen wekken dat er niets aan de hand was. Het was een groot toneelspel.

Finance is theater

Beide zijn afhankelijk van collectieve vrijwillige opschorting van ongeloof, aldus de professor: “the collective voluntary suspension of disbelief”. Als wij aandelen kopen, ja, steeds wanneer we geld naar de bank brengen, worden we deelgenoot van een collectieve illusie, die ons doet geloven dat een stukje papier, een paar letters inkt of zelfs digitale signalen in te ruilen zijn tegen een zak graan, een stukje grond of een dag hard werken. Vergeleken met deze oplichterij zijn Joop van den Endes beste musicals kinderspel.

“Hoe kun je nog vertrouwen in het systeem, zodra je inziet, dat het grootste deel van die financiële rijkdom,  ‘wealth’, waar de wereldeconomie zogenaamd op en om draait, iets puur theoretisch is, dat zichzelf automatisch reproduceert, zodat een al maar kleiner deel ervan echt bestaat ​​als iets dat tastbaarder is dan de enen en nullen, die heen en weer vliegen tussen de terminals van Bloomberg en belastingparadijzen? Inmiddels promoveren papieren miljonairs tot digitale miljardairs, zonder ooit een stuk gereedschap te slijpen, een pakket te versturen of zelfs een enkele echte baan te creëren.”

Volgens John Maynard Keynes veronachtzamen economen het belang van vertrouwen in de markt, omdat dat botst met de conventionele economische gedragsmodellen, die ervan uitgaan dat consumenten consequent keuzes maken op basis van rationeel eigenbelang. Niet de ratio, maar optimisme en vertrouwen zijn het fundament van de economie (The General Theory of Employment, Interest and Money, 1936).

Tachtig jaar eerder  schreef Melville (vooral bekend als auteur van Moby Dick) het al in De Maskerade: ‘Confidence is the indispensable basis of all sorts of business transactions. Without it, commerce between man and man, as between country and country, would, like a watch, run down and stop.’

De vergeten les van Keynes General Theorry is, dat metrieken als Ebitda, aandelenkoersen, rentetarieven en het BNP eigenlijk alleen symptomen zijn van de ‘dierlijke driften’ van de consument/investeerder. Het bestuderen van trends, politiek, popmuziek, internetmemes, videogames, advertenties, bestsellers, social-media influencers, kerncurricula en demografische gegevens is nu een even nuttige productieve manier om de economie te analyseren als het zorgvuldig ‘tracken’ van prijzen, lonen en werkloosheidscijfers. Met andere woorden, in de geest van Marshall McLuhan: de media is nu de markt.

 

Lees meer over de cruciale rol van ‘vertrouwen’, geloofwaardigheid en oplichting in de interessante longread Confidence Tricks op aeon.co.