In 1960 spreken twee hoogleraren, Theodore ‘Teddy’ Schultz, president of the American Economic Association, en Milton Friedman, bekend van The Chicago School, met de nodige bezorgdheid over de nieuwe verantwoordelijkheid, die hun als topeconomen door de Amerikaanse overheid op de schouders gelegd is: economisch beleid wordt ineens gezien als een even belangrijk wapen in de Koude Oorlog als ballistische raketten.

In Moskou heeft Nikita Chroesjtsjov namelijk juist verkondigd dat ‘de groei van de industriële en landbouwproductie de stormram zal zijn, waarmee de Sowjet Unie het kapitalistische systeem kapot zal gaan maken’. Deze provocatie veroorzaakte de nodige opschudding, toen de betreffende toespraak van de communistische leider werd voorgelezen aan het Amerikaanse Joint Economic Committee of Congress. Een groep machtige technocraten in de Amerikaanse regering  en de Council of Economic Advisers werd prompt door het Oval Office geïnstrueerd om een ​​groeistrategie te ontwikkelen, die die van de USSR zal overschaduwen en de vijand voorgoed zal verpletteren.

De twee kopstukken van de Chicago school twijfelen er niet aan, of zij in staat zouden zijn om een relevante bijdrage te leveren aan deze nieuwe vorm van oorlogvoering, maar over het hoe en wat zijn ze het niet helemaal eens. Schultz gelooft ook, dat de VS zelf op eigen schaal en manier hetzelfde wapen, ‘economische groei’, moeten inzetten, en Friedman is het daar mee eens. Maar de laatste ziet wel een probleem.

Schultz is aanhanger van neoklassieke theorieën over groei en ontwikkeling, geleerd van zijn eerdere studies over de productiviteit in de landbouw: een verhoging van overheidsuitgaven voor onderwijs is absoluut essentieel voor de groeiagenda van de natie. Kennis geeft de VS niet alleen een wetenschappelijk concurrentievoordeel in de ruimtewedloop (de Sowjet Unie dreigt even die te winnen), maar voegt ook aanzienlijke waarde toe aan de nationale voorraad ‘kenniskapitaal’ van het land, waardoor de productiviteit kan stijgen en de Sovjets in hun eigen ‘groeigame’ verslagen zullen kunnen worden.

Friedman echter ziet niets in verhoging van overheidsuitgaven, wars als hij is van ‘big governement’ en centrale planning. De Sovjet-vijand moet verslagen worden met individuele vrijheid en kapitalistisch ondernemerschap. Overheid is voor Friedman het probleem, niet de oplossing.

Dan komt Schultz met het concept ‘human capital’, menselijk kapitaal, op de proppen. Geen nieuw idee – Adam Smith wees er al op, hoe de kennis en vaardigheden die werknemers hebben verworven (via scholing, opleiding en training) economische waarde aan een onderneming kunnen toevoegen. De legende gaat dat Schultz plotseling het belang van human capital inzag, na een bezoek aan aeen arm boerengezin. Gevraagd waarom ze niet ontevredener waren met hun schamele lot, antwoordden ze: “omdat we onze kinderen naar school hebben kunnen laten gaan!”. Schultz was zó geïnspireerd, dat hij zijn docenten en promovendi actief pushte om een ​​meer robuuste en formalistische theorie van menselijk kapitaal te ontwikkelen. Zou de VS niet kunnen winnen door te investeren in menselijk kapitaal?

Ook Friedman is gefascineerd door het begrip ‘menselijk kapitaal’, maar vanuit een heel andere invalshoek. Anders dan geld, grond of machines kan menselijk kapitaal  niet conceptueel los gezien of gemaakt worden van de persoon die het bezit. Ook als dat kapitaal groeit, bijvoorbeeld door subsidie van overheid of werkgever, blijft het privé bezit. Dus is het volgens Friedman c.s. zakelijk gezien onzin voor een werkgever (of overheid) om te investeren in training en opleiding van werknemers –  diezelfde investering kan morgen letterlijk de deur uit lopen, om bij de concurrentie te gaan werken.

Om een lang verhaal kort te maken: Friedman won uiteindelijk. De pogingen van het Schultz-kamp in de US overheid om de federale onderwijsuitgaven drastisch te verhogen, werden in 1961 en 1963 smadelijk verworpen. Wat nog belangrijker is, de negatieve gevolgen van Friedman’s conceptuele overwinning op Schultz zijn nog steeds merkbaar. Er loopt een duidelijke rode draad van zijn overwinning in 1960 in het debat over wie precies verantwoordelijk is voor investeringen in menselijk kapitaal naar de inmiddels catastrofaal opgelopen nationale studieschulden in de VS, het VK en vele andere landen. Ja, ook ons land!

De onderliggende boodschap van de human capital-theorie klinkt er nog steeds in door. Friedman vatte het vrolijk samen in een pittige slogan in de jaren ’70: There’s no such thing as a free lunch.

Meer lezen?

How the Cold War led the CIA to promote human capital theory, door Peter Fleming, professor of business and society aan de Cass Business School at City, University of London.