Een informatiemaatschappij is een maatschappij waarin de creatie, de distributie, de verspreiding, het gebruik, de integratie en manipulatie van informatie een belangrijke economische, politieke en culturele activiteit is, aldus Wikipedia.  Nu robots en ‘systemen’ ons ontlasten qua fysieke arbeid, prijzen we ons gelukkig te mogen leven in een ‘kenniseconomie’, in een mondiaal ‘connected’  samenleving waarin feitenkennis en expertise minstens zo belangrijk zijn als de andere economische hulpbronnen.

Je zou denken dat die ‘kennis’, die ineens zo breed beschikbaar is (Wiki!), puur bestaat uit empirisch gekende feiten, en die ‘ervaring’ uit de’’evidence based’ wetenschappelijke methode. Niets is minder waar: hoe meer informatie er circuleert, hoe meer we af blijken te moeten gaan op reputaties om deze te kunnen waarderen als ‘waar’ of onwaar, relevant of irrelevant. Met andere woorden: we hebben toegang gekregen tot voorheen ondenkbare hoeveelheden informatie, maar kunnen daar zelfstandig en autonoom niets meer mee, zo blijkt. Integendeel, we worden steeds meer afhankelijk van andermans oordeel over die informatie.

In plaats van in een informatiemaatschappij, leven we dezer dagen in een reputatiemaatschappij. Informatie heeft alleen waarde, als deze al gefilterd, geëvalueerd en gefiatteerd is door anderen – de deugende elite dan wel de foute populisten. Die bepalen elk voor zich wat u mag verdienen, of welke feiten er toe doen in de klimaatdiscussie; die bepalen welk product u wel of niet mag voeren, welke productiemethoden u kunt gebruiken en of de daarbij gebruikte arbeid en grondstoffen acceptabel zijn. Die bepalen tegelijk ook, wat ‘waar’ is, dat wil zeggen acceptabel.

Reputatie is dezer dagen de poortwachter van alle kennis geworden, en daarmee van onze collectieve intelligentie.  De sleutels tot de poort zijn in handen van anderen zoals de EU (die ze delegeert aan de postbode!), Poetin, de Ayatollahs en de dienstbare media.  Wat ons nog bereikt aan informatie, wordt bepaald door de vooroordelen en voorkeuren van anderen. Als we niet de moeite nemen om elke dag weer te zoeken naar een/de andere waarheid, leven we noodgedwongen in een ‘echo chamber’ waarin geen wanklank gehoord wordt, en die onze overtuigingen versterkt door steeds maar weer de ene waarheid te bevestigen en de reputatie van dissidenten te besmeuren. Het gevolg is dagelijks zichtbaar: cultureel tribalisme, polarisatie en ‘hate speech’ naar de ander. Pechtold vs. Baudet, zeg maar.

In deze reputatiemaatschappij rest er de volwassen burger maar één verdediging tegen ‘nepnieuws’ en desinformatie: steeds maar weer zich afvragen, bij elk nieuwsfeit, bij elke onderzoekconclusie, bij elke politieke uiting: Betreft het een mening of feiten? Van wie komt deze informatie? Wat is de intentie van de informatieverschaffer? Wat is zijn of haar reputatie bij voor- en tegenstanders? Welke bronnen worden genoemd en gebruikt? Welke zijn daarmee in tegenspraak? Pas daarna kun je de informatie op waarde schatten. En je oordeel bijstellen of bevestigd zien.

Toch wel een treurig effect van de beschikbaarheid van zo veel voor iedereen toegankelijke kennis…

Say goodbye to the information age: it’s all about reputation now