Een eerste grootschalige analyse van de praktijk van beweerde ‘duurzame inkoop’ van grondstoffen en halffabricaten, laat zien dat de duurzaamheid van veel ondernemingen slechts flinterdun is.  Meestal gaat het slechts om een fractie van de via de ketenpartners afgenomen goederen.

U heeft zin in een chocoladereep. In de supermarkt scant u het schap voor producten met een Fair Trade en/of Rainforest Alliance-logo. U bent immers tegen dwang- en kinderarbeid, en u wilt het tropisch regenwoud niet belasten?

Nieuw onderzoek door Stanford-wetenschappers toont aan hoe moeilijk het voor de gemiddelde consument is om echt ethisch verantwoorde producten te kopen. Meer dan de helft van de grote multinationals beweert weliswaar duurzaamheidsgaranties te bieden en te eisen van ketenpartners, maar nu blijkt dat ze in de praktijk hun goede bedoelingen slechts zeer beperkt waarmaken.

“Je kan in onze bevindingen een halfvol en half leeg glas zien”, aldus Eric Lambin, hoogleraar aan Stanford’s School of Earth, Energy & Environmental Sciences, in een deze week verschenen bijdrage aan de Proceedings of the National Academy of Sciences. Hij vergeleek de sourcing-praktijken van 449  beursgenoteerde bedrijven in de sectoren voeding, textiel en houtproducten aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties ( de U.N. Sustainable Development Goals). Zij en hun ketenpartners zijn goed voor ruim 80 procent van de wereldhandel op die terreinen, en bieden werk aan ruim 20% van de in die branche werkzame personen. Ongeveer de helft van deze bedrijven blijkt in zekere mate en omvang duurzaam in te kopen, van ‘objectieve’ externe certificering tot het geven van duurzaamheidstrainingen aan hun toeleveranciers.

Wat blijkt?

In meer dan 70 procent van de gevallen blijkt die duurzame inkoop slechts een klein deel van de totale voor een bepaald product benodigde materialen te betreffen. Een onderneming gebruikt bijvoorbeeld gerecyclede materialen voor de verpakking, maar checkt noch eist duurzaamheid van de upstream ketenpartners. Het zogenaamd duurzame inkoopbeleid expliciteert slechts in 15% van de gevallen VN-doelstellingen als gezondheid, energiebesparing, infrastructuur, klimaatverandering, onderwijs, gendergelijkheid of armoedebestrijding. Bij bijna alle bedrijven beperkt de duurzame inkoop zich tot het naaste niveau in de toeleveringsketen, zoals de ateliers waar T-shirts in elkaar genaaid worden. De achterliggende processen, zoals het verven van de stof of de katoenteelt en – oogst, blijven buiten beschouwing. Bovendien blijkt bij ruim een kwart van de duurzame inkopers het te gaan om niet meer dan één productlijn. Geregeld zie je dat een bedrijf voor slechts één merk chocoladereep Fair Trade-certificering aanvraagt en gebruikt, terwijl vele andere zónder dat certificaat produceert.

Stanford University. “Limited scope of corporate sustainability revealed.