Maand: februari 2018 (Page 1 of 2)

Warren Buffett put inspiratie en geduld… uit poëzie

Croesus Warren Buffett schreef en publiceerde weer zijn jaarlijkse letter to shareholders. Naar deze brief aan de aandeelhouders wordt telkens met smart en hoop uitgekeken, omdat daarin het zogenaamde ‘Oracle of Omaha’ uiteenzet hoe hij over het economische klimaat denkt.

Vooral dit jaar, nu zijn brief  snel na een ongehoorde ‘marktcorrectie’ op Wall Street kwam. Buffett wijst zijn aandeelhouders erop, dat dergelijke correcties onvermijdelijk zijn, en bekent dat hijzelf sinds 1973 al vier keer  slachtoffer is geweest van zo’n plotselinge ‘krach’. Overigens blijkt Berkshire Hathaway in 2017 $ 29 miljard extra verdiend te hebben door Trumps belastinghervorming (Buffett is persoonlijk van mening dat de rijken veel zwaarder belast zouden moeten worden).

“Het grootste gevaar,” zegt hij in de brief, “is dat je als belegger in paniek raakt door al die krantenkoppen en hysterische commentaren. En paniek is altijd een slechte raadgever!”

Zelf, aldus Buffett, ga ik altijd te rade bij het gedicht If… van Rudyard Kipling  uit 1895:

    If you can keep your head when all about you are losing theirs…

    If you can wait and not be tired by waiting…

    If you can think – and not make thoughts your aim…

    If you can trust yourself when all men doubt you…

    Yours is the Earth and everything that’s in it.

 

Als u bij zinnen blijft, terwijl anderen die verliezen …

Als u af kunt wachten en uw geduld bewaart…

Als u blijft nadenken – en u niet verdwaalt in theorieën …

Als u uw zelfvertrouwen houdt, terwijl iedereen aan u twijfelt …

Dan zij u de glorie, de hemel, en al wat de aarde geeft.

Nederland nog net in top-10 minst corrupte landen

Twaalf maanden geleden bleek uit analyse van deze cijfers dat 85 procent van de mensen geregeerd wordt door regimes die 50 of minder scoren.  Dat zegt wat over de integriteit van de gemiddelde politicus/bestuurder.

De gevaren van AI onderschat

Kunstmatige intelligentie, de parapluterm voor zeer diverse AI-technologieën, is inmiddels definitief uit het lab de dagelijkse werkelijkheid binnengestormd. U kunt in China via uw smartphone moeiteloos met het hotelpersoneel communiceren, en uw volgende auto zal zich minstens zelf parkeren. AI wordt echt ingezet, met echte resultaten en een meetbare impact op uw dagelijks leven. Mensen met de vaardigheden om dergelijke systemen te bouwen en te gebruiken verdienen mega-salarissen.

Maar een nieuw rapport over de nadelen van deze ongebreidelde opmars van AI waarschuwt, dat we meer aandacht zouden moeten hebben voor de morele aspecten van de technologie. Het document van 99 pagina’s turft een onaangename en soms lugubere waslijst af van mogelijk kwaadaardig gebruik van AI – van zelfrijdende bomauto’s tot schoonmaakrobots die worden ingezet om politici te vermoorden,  van criminelen die geautomatiseerde en zeer gepersonaliseerde phishing-campagnes starten tot overheden die ‘automatisch’ onwelgevallig nieuws uit de media weren.

De ruim twee dozijn auteurs, representanten van instellingen als de universiteiten van Oxford en Cambridge, het door Elon Musk-gefinancierde instituut OpenAI, de digitale-rechtengroep de Electronic Frontier Foundation, computerbeveiligingsbedrijf Endgame en denktank Center for a New American Security, roepen op tot een urgente en indringende discussie over het mogelijk misbruik van AI-technologie en hoe we ons daartegen kunnen wapenen.

Zeker academische AI-onderzoekers zouden meer paranoïde en minder open moeten zijn over hun werk. Mensen en bedrijven moeten veiligheidsmaatregelen tegen criminelen of aanvallers in hun technologie inbouwen – en misschien zelfs wel bepaalde ideeën, tools of toepassingen achterhouden.

In reactie op het veranderende dreigingslandschap doen de auteurs vier aanbevelingen:

  1. Onderzoekers en techneuten moeten de dual-use aard van hun werk serieus nemen
  2. Beleidsbepalers moeten nauw samenwerken met onderzoekers om potentieel kwaadwillig gebruik van AI op te sporen, voorkomen en mitigeren.
  3. Best practices moeten geïdentificeerd en gedeeld worden voor het aanpakken van voorbeelden van dual-use.
  4. De problemen, risico’s en gevaren van de (toepassing van de) technologie verdienen een meer proactieve discussie tussen alle stakeholders.

Het grote gevaar is, aldus de auteurs van het document, dat de AI-profeten decennialang veel meer beloofd hebben dan ze waar konden maken, waardoor ‘men’ het idee heeft dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. De feiten van vandaag halen die houding effectief onderuit.

The Malicious Use  of Artificial Intelligence: Forecasting, Prevention,  and Mitigation

Nog eens: MVO valt niet mee

Enkele dagen geleden verwezen wij naar een onderzoek naar de vermeend duurzame inkooppraktijken van zelfverklaard maatschappelijk verantwoorde ondernemingen. Daaruit bleek dat veel ondernemingen wel doen alsof ze de UN Sustainable Development Goals (SDG’s) steunen, maar dat dit ‘beleid’ in de praktijk vaak flinterdunne resultaten oplevert.

Desalniettemin groeit de consensus, dat de problemen achter die 17 SDG’s een enorme impact zullen hebben, op de mondiale samenleving en dus ook op het bedrijfsleven.  Gebeurt er niets, dan lopen we ernstige financiële risico’s. Anderzijds zal een gecoördineerde aanpak een belangrijke driver zijn voor economische groei – naar schatting  levert dat tegen 2030 in potentie US $12 triljoen per jaar extra aan besparingen en inkomsten.

De uitdagingen én de kansen zijn duidelijk. Maar hebben bedrijven ondanks al hun mooie praatjes  wel echt een idee wat die SDG’s voor hen als onderneming betekenen? Welke rol ze moeten invullen en spelen in het proces? Om die vraag te beantwoorden, heeft PwC onlangs een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Het doel: evalueren in hoeverre de bedrijfswereld zich echt engageert voor de doelen en welke concrete acties bedrijven in dat kader ondernemen.

De SDG Reporting Challenge is een wereldwijd onderzoeksproject, dat de financiële en duurzaamheidsverslaggeving van meer dan 470 bedrijven uit 17 landen in 6 sectoren (omzet $ 9,4 miljard) analyseert. Wat zijn hun SDG-prioriteiten, hoe (goed) rapporteren zij daarover? Verlenen zij vooral lippendienst aan de doelen, of boeken ze tastbare, meetbare en eerlijk gerapporteerde vooruitgang?

62% van de bedrijven blijkt momenteel de SDG’s in hun verslaggeving te noemen.  Maar slechts 37% heeft een of meerdere SDG’s tot strategische prioriteit benoemd; de rest vermeldt ze alleen in algemene termen. 38% van de onderzochte bedrijven zwijgt er geheel over. Oftewel, 63% toont geen enkele relevante betrokkenheid, zes op de tien grote ondernemingen is niet ‘MVO’.

Volgens PwC zijn de SDG’s bepalend voor de toekomst (-kansen en risico’s) van het bedrijfsleven. Ondernemingen zullen SDG’s móeten meenemen in hun groeistrategieën, in hun kernactiviteiten, waardeketens en beleid. Alleen dan zullen ze kunnen profiteren van nieuwe kansen en markten, grote efficiëntiewinst kunnen boeken en ook hun reputatie, in de ogen van overheden en de samenleving, met hoop op succes kunnen ‘managen’.

Het is voor alle betrokkenen evident, dat de meeste bedrijven nog steeds niet over de expertise beschikken om de SDG-doelen echt voor hun bedrijf te laten werken; noch hebben ze een referentiekader om hun SDG-performance te meten en te evalueren. Pas als ze prioriteiten gesteld hebben, kunnen bedrijven bijpassende meetbare doelstellingen ontwikkelen. KPI’s moeten meer resultaatgericht zijn – dat betekent meer holistisch denken over de impact van de bedrijfsactiviteiten op de economie, het milieu en de maatschappij als geheel. En pas daarmee gewapend zullen ze vervolgens zinvolle rapportages ontwikkelen, die zowel de financiële en maatschappelijke waarde als de impact van hun activiteiten laten zien.

SDG Reporting Challenge 2017: Exploring business communication on the global goals

The Future of Financial Reporting is nog niet echt zonnig

Het zojuist verschenen rapport The Future of Financial Reporting 2017 van Workday in samenwerking met FSN verzamelt de inzichten van bijna 1.000 senior Finance-leiders, in niet minder dan 23 verschillende sectoren. Dit keer ligt de focus van de ondervraging op (de meningen en aanpak van respondenten ten aanzien van) die eeuwigdurende uitdaging voor de financiële sector: de financiële verslaggeving.

Veel CFO’s lijken de grip op de verslaggeving te verliezen. De meerderheid voelt zich meegesleurd in een spreadsheet-draaikolk – 43% van de ondervraagde senior finance-managers weten niet eens hoeveel bedrijfskritieke spreadsheets in de organisatie in gebruik zijn. Het rapportageproces blijkt liefst 97 procent van de CFO’s’ s nachts wakker te houden.

Een aantal andere highlights:

  • 75 procent van de CFO’s is nog niet overgestapt naar realtime rapportage aan de boardroom.
  • 69 procent van de CFO’s kan nog steeds niet zonder spreadsheets bij de verslaglegging
  • 50 procent maakt zich zorgen dat niet alle documenten en klantendata naar de laatste stand van zaken bijgewerkt zijn.
  • 40 procent van de respondenten durfde niet te beweren dat hun gegevens altijd betrouwbaar en accuraat zijn.
  • 36 procent van de CFO’s kan niet op elk gewenst moment inzicht krijgen in de status van het rapportageproces.

De belangrijkste uitdaging die momenteel voorligt bestaat uit de vele CFO’s, die denken dat ze een rapportageprobleem hebben, terwijl ze in feite een data-probleem hebben. Het gros van de oude (´legacy’) financiële systemen kan de organisatie niet de rapportage bieden die ze vandaag nodig hebben om succesvol te zijn. Volgens de enquête heeft slechts 60% van de boards een compleet beeld van de ‘performance’ van hun organisatie. Dat komt, omdat veel bedrijven noodgedwongen afhankelijk zijn van een combinatie van spreadsheets, systeemkoppelingen en/of krakkemikkige systeemintegraties, om gegevens uit verschillende systemen bijeen te sprokkelen en te kunnen aggregeren – met alle risico’s van fouten en onnauwkeurigheid van dien, naast extra kosten en inflexibiliteit.

Geen wonder dat zo veel jaarverslagen geen goedkeuring krijgen…

GE Innovation Barometer

Finance is een toneelstuk, met als magische ingrediënten vertrouwen en geloofwaardigheid

Op Aeon schrijft hoogleraar literatuurwetenschappen Matt Seybold een lezenswaard stuk over de rol en geloofwaardigheid van ‘Finance’.

Hij begint met de anekdote over Dick Fuld, dan nog bewonderd als CEO van – de snel daarna zo beruchte – investment bank Lehman Brothers, die op 10 Juni 2008 zijn executive committee bijeenroept vanwege een dreigend verlies van $6 miljard in de eerste helft van dat jaar. De zorg die hij deelt met zijn mensen is echter niet het enorme verlies, of wat daaraan te doen – neen, de grote vraag is: “How do we restore confidence?”

De anekdote komt uit Andrew Ross Sorkin’s Too Big to Fail (inmiddels een gevleugelde term), een boek dat de professor las terwijl hij bezig was met een onderzoek naar Herman Melville’s The Confidence-Man (1857), in het Nederlands verschenen onder de titel De Maskerade. In beide boeken speelt ‘confidence’ of vertrouwen een hoofdrol, in beide boeken wordt dat vertrouwen beschaamd.

Inmiddels staan de wolven van Wall Street bekend als niets ontziende oplichters, maar hun de schuld geven is te gemakkelijk, aldus Seybold: is het niet eerder zo, dat de crisis van 2008 systemische fouten en zwakten aantoont in ons financieel systeem?

Het plan dat Fuld en de zijnen ontwikkelden om de publieke perceptie en opinie zodanig te ‘masseren’ dat Lehman Brothers het vertrouwen van de consument zou terugwinnen, was geen dwaas idee van een stel gekken, maar integendeel,  “the conventional wisdom of the profession”. Bijna alle banken hadden te lijden van slechte hypotheken – de overheid in de VS beschuldigde minstens twaalf banken van boekhoudkundige malversaties. Lehmann kreeg de meeste aandacht en dus de zwartepiet van de media, volgens Fuld georkestreerd door een stel malafide hedgefund managers die de koers van zijn bank kunstmatig naar beneden manipuleerden. Net zoals de bank zelf op 18 maart van datzelfde jaar via manipulatie (en persoonlijke telefoontjes aan meer dan 10.000 investeerders) de grootste koerswinst ooit op één dag wist te realiseren voor de eigen aandelen.

In de maanden voor de uiteindelijke ondergang van de bank werden alle kaarten gezet op communicatie, op vertrouwen wekken dat er niets aan de hand was. Het was een groot toneelspel.

Finance is theater

Beide zijn afhankelijk van collectieve vrijwillige opschorting van ongeloof, aldus de professor: “the collective voluntary suspension of disbelief”. Als wij aandelen kopen, ja, steeds wanneer we geld naar de bank brengen, worden we deelgenoot van een collectieve illusie, die ons doet geloven dat een stukje papier, een paar letters inkt of zelfs digitale signalen in te ruilen zijn tegen een zak graan, een stukje grond of een dag hard werken. Vergeleken met deze oplichterij zijn Joop van den Endes beste musicals kinderspel.

“Hoe kun je nog vertrouwen in het systeem, zodra je inziet, dat het grootste deel van die financiële rijkdom,  ‘wealth’, waar de wereldeconomie zogenaamd op en om draait, iets puur theoretisch is, dat zichzelf automatisch reproduceert, zodat een al maar kleiner deel ervan echt bestaat ​​als iets dat tastbaarder is dan de enen en nullen, die heen en weer vliegen tussen de terminals van Bloomberg en belastingparadijzen? Inmiddels promoveren papieren miljonairs tot digitale miljardairs, zonder ooit een stuk gereedschap te slijpen, een pakket te versturen of zelfs een enkele echte baan te creëren.”

Volgens John Maynard Keynes veronachtzamen economen het belang van vertrouwen in de markt, omdat dat botst met de conventionele economische gedragsmodellen, die ervan uitgaan dat consumenten consequent keuzes maken op basis van rationeel eigenbelang. Niet de ratio, maar optimisme en vertrouwen zijn het fundament van de economie (The General Theory of Employment, Interest and Money, 1936).

Tachtig jaar eerder  schreef Melville (vooral bekend als auteur van Moby Dick) het al in De Maskerade: ‘Confidence is the indispensable basis of all sorts of business transactions. Without it, commerce between man and man, as between country and country, would, like a watch, run down and stop.’

De vergeten les van Keynes General Theorry is, dat metrieken als Ebitda, aandelenkoersen, rentetarieven en het BNP eigenlijk alleen symptomen zijn van de ‘dierlijke driften’ van de consument/investeerder. Het bestuderen van trends, politiek, popmuziek, internetmemes, videogames, advertenties, bestsellers, social-media influencers, kerncurricula en demografische gegevens is nu een even nuttige productieve manier om de economie te analyseren als het zorgvuldig ‘tracken’ van prijzen, lonen en werkloosheidscijfers. Met andere woorden, in de geest van Marshall McLuhan: de media is nu de markt.

 

Lees meer over de cruciale rol van ‘vertrouwen’, geloofwaardigheid en oplichting in de interessante longread Confidence Tricks op aeon.co.

Weg met de Bitcoin, leve Ripple?

Western Union is de meest recente financiële dienstverlener die een experiment aankondigt met de Ripple-blockchain en XRP als cryptocurrency. Dat zal de  aantrekkelijkheid van Ripple vergroten,  en helpen Bitcoin als marktleider te verdringen. Ripple bevestigde de overeenkomst met Western Union. “We hebben verschillende producten met Western Union getest”, zegt het tegen Bloomberg News.  Ook de Saoedi-Arabische Monetaire Autoriteit (SAMA) – de centrale bank voor het Koninkrijk Saoedi-Arabië – tekende een overeenkomst om blockchain-software van Ripple, XCurrent, te introduceren bij de Saoedische banken. Voorshands is Western Union echter een van de weinigen, die met XRP experimenteert, waardoor Ripple een nog grotere speler zou kunnen worden op de cryptomarkt.

Vorige week vertelde Ripple CEO Brad Garlinghouse aan deelnemers van een Goldman Sachs technologieconferentie in San Francisco, dat transacties met XRP “1.000 keer sneller” zijn dan die met crypto-marktleider bitcoin, en slechts “een fractie van een cent” zouden kosten in vergelijking met bitcoin’s $ 13. Het bedrijf hoopt te werken “binnen het systeem” om grip te krijgen op de mainstream, zei Garlinghouse. Na een forse stijging in 2017, bereikte XRP in januari 2018 een hoogste waarde ooit van $ 3,84 per eenheid, maar deze is sindsdien teruggevallen tot ongeveer $1,16 (op het moment dat ik dit schrijf). Als de samenwerkingsverbanden van Ripple met Western Union en andere instellingen succesvol verlopen, zou 2018 het jaar kunnen worden waarin het serieus de bitcoin naar de kroon steekt.

AI al hard aan het werk

Een jaar geleden – in januari 2017 –  publiceerde Infosys Amplifying Human Potential, een rapport dat de opmars van AI in ondernemingen wereldwijd  in kaart bracht. Toen rapporteerde een kwart (25 procent) van de respondenten, dat de AI-technologie die hun organisatie had geïmplementeerd aan de verwachtingen voldeed. Maar de meesten erkenden, dat hun organisatie zich nog maar in de beginfase van de inzet van de AI bevond.

Nu heeft Infosys een nieuw rapport vrijgegeven, met de resultaten van een vers onderzoek onder IT-besluitvormers en senior executives bij ondernemingen in zeven landen. Welke impact heeft die KI/AI al in de onderneming?

Het document bespreekt AI in termen van

  • Return on Investment
  • Mensen en vaardigheden
  • Leiderschapsconsequenties.

De basishouding van Infosys en haar klanten tegenover kunstmatige intelligentie is en blijft, dat AI-technologie het menselijk potentieel kan vergroten, versterken en verbreden. Ondernemingen kunnen (zullen) daardoor ‘transformeren’, radicale kostenbesparingen en efficiëntieverbetering worden mogelijk en nieuwe kansen om echte waarde te creëren komen in zicht.

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat AI-technologieën inmiddels uit het experimentenlab naar buiten gekomen zijn.  Ze worden echt ingezet, met echte resultaten en een meetbare impact op de bedrijfsstrategie, op investeringen in groei, op werving, HR, klantervaring en het concurrentie-umfeld.

Wel blijkt uit het onderzoek, dat zeven landen overspande en antwoorden loskreeg van 1.053 C-level executives, dat acht van de tien financial executives zich zorgen maakt over de gevolgen van AI voor de financiële functie. AI verslaat de mens op dit terrein: 45 procent van de ondervraagden meldde dat AI-toepassingen de nauwkeurigheid en productiviteit van vergelijkbare menselijke actoren aanzienlijk overtreffen, nog eens 37 procent dat hun AI-technologie ‘ietsje’ beter presteert dan de menselijke collega’s. Maar er bestaan ​​duidelijke verschillen van land tot land. Waaruit je wellicht de gemiddelde opleidingsgraad van de kantoorbevolking kunt afmeten…

Nog wat highlights:

  • Australië ( toch wel een voorloper qua Fintech) lijkt de minste plannen te hebben (21%) om AI verder in te zetten, in tegensstelling tot China, waar alle (100%) organisaties concrete verdergaande plannen rapporteren.
  • de Farma/Life sciences sector heeft het meeste succes met het implementeren van AI-technologie (40%), de overheid heeft voor 73% zelfs geen plan daartoe.
  • Farma en life sciences vertonen dan ook de hoogste AI Maturity Index-scores
  • Organisaties met een snelle omzetgroei zijn het er het meest van overtuigd dat AI essentieel is voor het succes van de strategie van hun organisatie (88%)
  • de financiële sector heeft moeite met het vinden van talent om de integratie van AI-technologie te leiden/begeleiden.

Infosys president Mohit Joshi zegt dat hoewel er een “enorme hoeveelheid hype” rondom AI heerst, bedrijven toch “duidelijke en meetbare resultaten” beginnen te zien. “Disruptie door AI is niet langer iets van de nabije toekomst – die is al gaande! Organisaties die AI nu strategisch weten in te zetten, met het doel hun personeel te versterken, in plaats van het te vervangen, zullen hun concurrenten die dat anders aanpakken snel irrelevant maken.”

Duurzaam ondernemen blijkt vaak helemaal niet zo duurzaam

Een eerste grootschalige analyse van de praktijk van beweerde ‘duurzame inkoop’ van grondstoffen en halffabricaten, laat zien dat de duurzaamheid van veel ondernemingen slechts flinterdun is.  Meestal gaat het slechts om een fractie van de via de ketenpartners afgenomen goederen.

U heeft zin in een chocoladereep. In de supermarkt scant u het schap voor producten met een Fair Trade en/of Rainforest Alliance-logo. U bent immers tegen dwang- en kinderarbeid, en u wilt het tropisch regenwoud niet belasten?

Nieuw onderzoek door Stanford-wetenschappers toont aan hoe moeilijk het voor de gemiddelde consument is om echt ethisch verantwoorde producten te kopen. Meer dan de helft van de grote multinationals beweert weliswaar duurzaamheidsgaranties te bieden en te eisen van ketenpartners, maar nu blijkt dat ze in de praktijk hun goede bedoelingen slechts zeer beperkt waarmaken.

“Je kan in onze bevindingen een halfvol en half leeg glas zien”, aldus Eric Lambin, hoogleraar aan Stanford’s School of Earth, Energy & Environmental Sciences, in een deze week verschenen bijdrage aan de Proceedings of the National Academy of Sciences. Hij vergeleek de sourcing-praktijken van 449  beursgenoteerde bedrijven in de sectoren voeding, textiel en houtproducten aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties ( de U.N. Sustainable Development Goals). Zij en hun ketenpartners zijn goed voor ruim 80 procent van de wereldhandel op die terreinen, en bieden werk aan ruim 20% van de in die branche werkzame personen. Ongeveer de helft van deze bedrijven blijkt in zekere mate en omvang duurzaam in te kopen, van ‘objectieve’ externe certificering tot het geven van duurzaamheidstrainingen aan hun toeleveranciers.

Wat blijkt?

In meer dan 70 procent van de gevallen blijkt die duurzame inkoop slechts een klein deel van de totale voor een bepaald product benodigde materialen te betreffen. Een onderneming gebruikt bijvoorbeeld gerecyclede materialen voor de verpakking, maar checkt noch eist duurzaamheid van de upstream ketenpartners. Het zogenaamd duurzame inkoopbeleid expliciteert slechts in 15% van de gevallen VN-doelstellingen als gezondheid, energiebesparing, infrastructuur, klimaatverandering, onderwijs, gendergelijkheid of armoedebestrijding. Bij bijna alle bedrijven beperkt de duurzame inkoop zich tot het naaste niveau in de toeleveringsketen, zoals de ateliers waar T-shirts in elkaar genaaid worden. De achterliggende processen, zoals het verven van de stof of de katoenteelt en – oogst, blijven buiten beschouwing. Bovendien blijkt bij ruim een kwart van de duurzame inkopers het te gaan om niet meer dan één productlijn. Geregeld zie je dat een bedrijf voor slechts één merk chocoladereep Fair Trade-certificering aanvraagt en gebruikt, terwijl vele andere zónder dat certificaat produceert.

Stanford University. “Limited scope of corporate sustainability revealed.

Page 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén