Maand: december 2017 (Pagina 1 van 2)

Bedrijfscultuur? Das war einmal…

We staan aan het begin van het tijdperk van de netwerkorganisatie, waarin traditionele ondernemingsgebonden hiërarchieën plaats moeten maken voor zelf-organiserende systemen, die op digitale platforms wisselende allianties en samenwerkingsverbanden aangaan.

Er is een evolutionaire trend waarneembaar, die uitmondt in de ‘networked enterprise’. Dat betekent dat ‘gedistribueerd’ leiderschap en ad-hoc organisatie van human- en andersoortige resources  regel zullen zijn. Dat betekent ook toenemende ‘disintermediatie’, zowel binnen als tussen de ondernemingen onderling. Hele managementlagen zullen vervallen, net als (de noodzaak van en voor) gecentraliseerde systemen en (de zo) vertrouwde intermediairs. Alles wordt vluchtig en tijdelijk.

Misschien zal het nog enkele decennia duren, maar de toekomstige organisatie zal in elk geval ‘anders’ zijn, zo veel is duidelijk. “And that makes me genuinely worried for my friends in the corporate-culture business,” zegt Paul Michelman,editor in chief van de MIT Sloan Management Review. “Want het betekent dat de nu zo cruciaal en relevant geachte ‘bedrijfscultuur’ in de nabije toekomst steeds minder relevant zal worden. In elk geval niet in aard en mate waarin die cultuur nu een rol geacht wordt te spelen.

Immers, die cultuur wordt algemeen geacht om zin en doel te bieden aan de (vast omlijnde) organisatie en de haar constituerende lidmaten. Ze definieert normen, waarden en ‘gedeelde overtuigingen’. Ze zorgt ervoor, dat alle neuzen dezelfde kant op staan. En niet zelden krijg je er gratis ‘zo doen wij dat nou eenmaal altijd’ bij. Er werd en wordt dan ook veel energie gestoken in het opbouwen, verbeteren en in stand houden van de gewenste bedrijfscultuur. Op alle niveaus, en door alle ‘stakeholders’. Tientallen, zo niet honderden academische onderzoeken onderbouwen het belang ervan. Maar voor hoe lang nog, als de band met de werknemers steeds losser wordt? Als steeds meer functies uitbesteed worden en/of ad hoc ingevuld?

Zeker in de digitale samenleving lijkt die cultuur een steeds onbelangrijker rol te spelen. Op internet is veel cultuur te vinden – maar evenveel grofheid en cultuurloosheid. Als onze relatie met organisaties steeds meer gedefinieerd wordt vanuit de activiteit die wij op afroep voor die (tijdelijke?) organisatie verrichten, als we veel meer ‘affiliates’ worden dan ‘employees’, als we geen vaste ploeg collega’s meer kennen en ervaren, als we op een nulurencontract dan weer hier dan weer daar onze talenten en vakmanschap te gelde maken… Wat is dan nog de rol van een bedrijfscultuur?

HR zal dan niet meer streven naar ‘alignment’ met (een) strategie en culuur, maar zulks eisen, willen wij de klus krijgen. Er zullen wel, nog steeds of misschien wel steeds meer, duidelijke ‘rules of engagement’ gelden. Maar of normen en waarden en cultuur daarbij nog een grote rol zullen spelen…

In zijn The Will to Manage (1966) verwoordde managementconsultancy guru Marvin Bower een bedrijfsfilosofie als “the way we do things around here.” Dat paradigma heeft de plaats van ‘bedrijfscultuur’ in de organisatiewetenschappen nu een halve eeuw gedefinieerd. Maar steeds vaker zullen we in steeds nieuwe constellaties aan nieuwe dingen samenwerken. En is er geen sprake van of plaats meer voor ‘the way we do things around here’. Alle culturele methoden en instrumenten die we nu koesteren zullen dan in plaats van een ‘motor’ voor de organisatie ineens eerder een sleepanker blijken…

Weg met die afdeling – breek de silo’s af!

Bijna niets verandert zo snel als ‘de werkplek’, en om de millennial-generatie te plezieren en accommoderen – de belangrijkste bron van nieuwe werknemers – worden we overspoeld door een stortvloed aan ‘sociale’ en mobiele apps, die de communicatie en onderlinge samenwerking zouden moeten verbeteren en vergemakkelijken. Maar of die op zich de efficiency echt verbeteren?

Niet dus, zo blijkt uit onderzoek. Volgens de Altimeter Group gebruikt de gemiddelde medewerker nog niet de helft van de enterprise collaboration tools die de welwillende afdeling ICT heeft goedgekeurd en geïnstalleerd. Gartner voorspelt dat in de loop van 2017, 25% van de bedrijven hun marktpositie zullen zien verslechteren als gevolg van digitale incompetentie en niet-effectieve reacties op de ‘’ consumerization’ van ICT en hoe deze ‘werken’ potentieel verandert.
Als er een ding inmiddels duidelijk is, dan is het dat organisaties hun opvattingen over ‘werk’, werktijden en de werkplek grondig zullen moeten herzien en aanpassen.
In plaats van de praktijk, waarbij teams of afdelingen hun eigen tools zoeken en opeisen, moeten ondernemingen zich een nieuw holistisch perspectief op de organisatie eigen maken, dat alle traditionele silo’s overschrijft en de facto obsoleet maakt. Met andere woorden: “It’s time for the death of the department!”

Alleen door afstand te nemen van die traditionele verzuiling, kunnen organisaties zichzelf opnieuw uitvinden en echt alle beschikbare data gaan be- en uitnutten. Vanuit die gedeelde data kunnen zowel sales manager als CMO of CFO hun performance optimaliseren, ontdekken waar er systemische ‘disconnects’ bestaan tussen verschillende functies en gezamenlijk de organisatie beter toerusten om de doelstellingen te realiseren.
Wanneer deze nieuwe ‘ideologie’ door de gehele organisatie overgenomen is, zal de business performance op vele aspecten aanzienlijk verbeteren: van een betere dienstverlening aan de klant tot minder verzuim en verloop, van efficiëntere middeleninzet tot beter onderbouwde (‘data-driven’) beslissingen. Omdat eindelijk de gehele organisatie een ‘unified view’ heeft ontwikkeld op de vroeger zo verschillend beschreven en begrepen data.

Eindelijk zullen Sales, Services én Accounting het dan over dezelfde klanten hebben, met bijpassende gegevens. Er wordt geen geld meer verspild door eigen initiatieven en ‘not invented here’ syndromen. Veel overbodige en foutgevoelige processen worden opgeschoond en geoptimaliseerd (wie weet geautomatiseerd?). Medewerkers hoeven geen tijd meer te verspillen aan onnozele werkzaamheden die tot veel ergernis en onverschilligheid leiden.

Hoe breder en dieper het inzicht van de leiding in de performance, des te effectiever kunnen zij sturen. En krijgen ze de tijd om meer aandacht besteden aan strategie en vernieuwing.

lange termijn korte termijn denken beleggen investeren

Lange of korte termijn, dat blijft de vraag

We hebben een opmerkelijk beursjaar (bijna) achter de rug. De S & P- en de Dow-indexen zijn respectievelijk met 18% en 19% gestegen. Maar deze ‘winsten’ zijn niet gebaseerd op echte (winst)groei: de gemiddelde kwartaalwinst is sinds 2012 slechts met 5% gestegen, terwijl de waardering van beleggers van die magere resultaten (gemeten aan de hand van de winst per aandeel) in dezelfde periode met liefst 59% groeide. Wat zit er achter die disconnect? Sommige economen beweren dat de feitelijke winstgroei stagneert vanwege het nog steeds alomtegenwoordige kortetermijndenken. Decennia-lang focussen op het beeld van het volgende kwartaal in plaats van op groei en vernieuwing op de langere termijn heeft geresulteerd in ‘uitgeholde’ bedrijven.

Zo concludeerde recent onderzoek van Rachelle Sampson en Yuan Shi datdit vermaledijde kortetermijndenken negatief gecorreleerd is met innovativiteit, gemeten als RQ (“Research Quotiënt”, een maat voor het rendement gemaakt op R&D-investeringen). Beleggers straffen bedrijven met een dergelijke kortetermijn-oriëntatie (blijkend uit minder investeringen in R&D?) met hogere discount rates, waardoor de kapitaalkosten voor die bedrijven stijgen. Bedrijven met een langetermijn-oriëntatie daarentegen worden beloond met lagere kapitaallasten, waardoor ze weer meer in R&D (innovatie) kunnen veroorloven.

De meeste pogingen om iets te doen aan dat kortetermijndenken schieten tekort, omdat ze vooral CEO-gedrag denken te beïnvloeden met een combinatie van ratio ( ‘wees nu verstandig!’)  en financiële incentives. Hoewel goedbedoeld, falen deze inspanningen doordat ze ontkennen of niet zien dat het gedrag van de CEO grotendeels wordt bepaald door de structuur van de onderneming.

Volgens Anne Marie Knott, Robert and Barbara Frick Professor in Business aan de  Olin Business School Washington University op hbr.org zijn er drie samenhangende ontwikkelingen, die het kortetermijndenken de laatste decennia hebben bevorderd, en mutatis mutandis innovatie relatief verwaarloosd: het steeds vaker aantrekken van CEO’s van buiten, de decentralisatie van R&D, en een focus op de ontwikkelingskant van R&D in plaats van op de onderzoekskant.

Wilt u weten wat Anne Marie daar tegen denkt te kunnen doen, lees dan ‘The real reasons companies are so focussed on the short term

Risky business: Climate change and professional liability risks for auditors

ClientEarth is een van Europas belangrijkste advocatenkantoren op het gebied van milieu en duurzaamheid.  Onlangs publiceerden zij een interessant document onder bovenstaande titel, als waarschuwing aan controlerend accountants die q.q. moeten beseffen wat de financiële risico’s van klimaatverandering zijn, waarover ondernemingen in hun jaarverslagen en andere verplichte verslaggeving moeten rapporteren.

Klimaatverandering brengt aanzienlijke financiële risico’s én kansen met zich mee voor veel bedrijven, dat begrijpen inmiddels ook investeerders en aandeelhouders. Bij veel van ’s werelds grootste ondernemingen staat klimaatverandering inmiddels hoog op de agenda, maar slechts een klein deel erkent ook volmondig de financiële risico’s die ze zelf lopen door extreem weer en de verandering van het klimaat. KPMG analyseert elke twee jaar de jaarverslagen van 4900 bedrijven uit 49 landen en publiceert de bevindingen in de Survey of Corporate Responsibility Reporting. Slechts een kwart van de onderzochte bedrijven benoemt de risico’s, slechts 2 procent onderbouwt deze risico’s met cijfers.

In landen als Frankrijk en het VK zijn ondernemingen al langer bij wet verplicht aan deze risico’s aandacht te schenken in hun jaarverslagen – in ons land (gidsland?) nog niet. Dat neemt niet weg, dat ook in ons land steeds meer stakeholders wel dergelijke informatie verwachten – niet alleen NGO’s, maar ook bijv. pensioenfondsen die als aandeelhouder optreden. .

Misvattingen over de financiële effecten van klimaatrisico’s zijn wijdverspreid en veel boards zien klimaatverandering nog steeds vooral als een ‘milieu’-probleem, waarover een fraai verhaal wordt opgehangen in het duurzaamheidsverslag. Maar zeker multinationals zijn met die houding tegenwoordig snel nalatig, en kunnen geconfronteerd worden met toenemende juridische, reputatie- en commerciële risico’s. “Toenemende bezorgdheid over klimaatverandering zorgt steeds vaker voor wettelijke en / of regelgevende maatregelen, die kunnen resulteren in vertragingen of annuleringen van projecten, een afname van de vraag naar fossiele brandstoffen en extra nalevingsverplichtingen. Deze kunnen onze kosten en / of opbrengsten negatief beïnvloeden, ” zegt Royal Dutch Shell in het Jaarverslag 2016.

“Beleggers kunnen de klimaatverandering niet langer negeren. Sommigen twijfelen misschien aan de wetenschap erachter, maar allemaal worden ze geconfronteerd met een groeiende klimaatgerelateerde wet- en regelgeving; naast disruptieve technologische ontwikkelingen door de energietransitie,” formuleert investeerder BlackRock het issue in een document  ‘Adapting Portfolios to Climate Change’

Een en ander betekent natuurlijk dat ook de controlerend accountant als ‘auditor’ en invloedrijke adviseur in corporate governance de implicaties van klimaatrisico’s moet kennen, erkennen en herkennen.  Zij zullen moeten bepalen of de risico’s en kansen adequaat verwoord en gewaardeerd worden in de jaarrekening. Om hen daarbij te helpen publiceert Clientearth nu Risky business: Climate change and professional liability risks for auditors – dat als zodanig ook interessante leer- en leesstof biedt voor CFO’s en CEO’s .

Enkele tips uit dit document voor accountants, die ook directies ter harte moeten nemen:

belasting ontduiking ceo cfo verwacht onderzoek

Belastingontwijking wordt verwacht van CEO’s en CFO’s

Belastingontwijking loont. CFO’s en CEO’s die hun ondernemingen weigeren te helpen belastingen zoveel als mogelijk te ontwijken (of erger) lopen meer kans hun baan te verliezen dan hun minder brave collega’s.

Meer lezen

Nederland was ooit gidsland

Inmiddels lijken we niet alleen achter te lopen als belastingparadijs, maar blijven we ook de hemel op aard voor de marihuanamaffia. In beide gevallen vooral door toedoen van de VVD?

Vandaag publiceerde Arcview Market Research het bericht dat op de legale wietmarkt in de VS in 2016  $6.7 miljard is omgezet, 30% meer dan in 2015. Marijuana was daarmee de op één na snelst groeiende sector in de US ( na de peer-to-peer leningenplatforms). Inmiddels hebben Washington DC en 28 andere staten in elk geval medisch gebruik gelegaliseerd. Zogenaamde ‘recreational cannabis’ wordt legaal verkocht in Alaska, California, Colorado, Maine, Massachusetts, Nevada, Oregon, Washington, en dus ook Washington DC. In 13 staten is het blote bezit van marihuana niet langer strafbaar; daarmee kan elke vijfde Amerikaan nu zonder juridische risico’s aan haar of zijn marihuanabehoeften voldoen.

Overal worden speciale projecten opgezet. In Massachusetts is een cannabis business park in ontwikkeling, dat ruim 90 hectare groot wordt.  In California kunnen rijkaards zich abonneren op luxury mail subscriptions, net als bejaarden met eigen wensen. Een van de Californische weedboeren heeft onlangs een vestiging (voor medische marihuana) in Mexico geopend en  wil datzelfde doen in Colombia. In Israel heeft het ministerie van Volksgezondheid cannabis inhalers  voor gebruik in ziekenhuizen officieel goedgekeurd.

Cannabis wordt inmiddels gezien als een geduchte concurrent voor alcohol, en ook de tabaksindustrie heeft grote interesse. Het wordt steeds duidelijker, dat legalisering van de soft drug niet alleen positief zal zijn voor de volksgezondheid, maar ook forse belastinginkomsten zal genereren.

Het is dus erg vreemd, dat juist de VVD  legalisering in ons land tegenhoudt. Net zoals die partij ook hysterisch vasthoudt aan idiote maatregelen als die rond de dividendbelasting en het actief versjteren van BEPS-wetgeving.

 

 

Consumentenonderzoek social media: wij leveren voortaan zelf de benodigde gegevens

Instagram, Flickr en Twitter: nieuwe en goedkopere bron van bruikbare informatie

Onderzoekers van het Digitale Geografie Laboratorium aan de Universiteit van Helsinki hebben onderzocht, of  en hoe gegevens uit openbare sociale media kunnen worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige activiteiten van bezoekers van 56 Finse en Zuid-Afrikaanse nationale parken.  Zij namen als basis de uitingen van die bezoekers op Instagram, Flickr en Twitter. Deze nationale parken zijn niet alleen publiekstrekkers – ze vormen ook de hoeksteen van beleid, gericht op behoud van biodiversiteit. Parkbeheer en strategische planning kunnen dus niet zonder actuele informatie over bezoekersgedrag en inzicht in te verwachten ontwikkelingen.

Meer lezen

Nederland investeert opnieuw in het Nederlandstalig onderwijs in het buitenland

De Nederlandse minister van Onderwijs Ingrid Van Engelshoven (D66!)  investeert vanaf volgend jaar 3 miljoen euro in het Nederlands onderwijs in het buitenland. Dat is bekendgemaakt op het Comité van ministers van de Taalunie.

We gaan toch niet ons  belabberde (taal-, reken- enz) onderwijs exporteren….?

Gekker kan/mag het toch niet worden…

Wat kost een GDPR-datalek – afgezien van eventuele boetes?

Al weer voor de twaalfde keer turfde het Ponemon Instituut in opdracht van IBM, wat de feitelijke kosten zijn van ‘data breaches’, zeg maar GDPR-incidenten. Het resulterend rapport, de 2017 Cost of Data Breach Study, definieert  dergelijke incidenten als  “ [events] in which an individual’s name plus Social Security number, medical record and/or a financial record or debit card is potentially put at risk – either in electronic or paper format.”

Het rapport onderscheidt drie verschillende oorzaken/vormen van inbreuken op de beveiliging van persoonsgegevens:  een al dan niet criminele hack-actie,  een systeemstoring of een menselijke fout of nalatigheid.

Medewerkers van Ponemon interviewden IT’ers, compliance managers en informatiebeveiligers van 419 organisaties in 12 landen of regio’s: de USA, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Australië, Frankrijk, Brazilië, Japan, Italië, India, het Midden-Oosten, Canada en de ASEAN regio (Singapore, Indonesië, de Filipijnen en Maleisië).

Voor ons land zullen vooral de bevindingen over ons buurland Duitsland  als benchmark gebruikt kunnen worden: zie 2017 Cost of Data BreachStudy – Germany. Aan dat onderzoek deden 35 Duitse organisaties mee. Het blijkt dat de kosten (per gecompromitteerd record) gemiddeld gedaald zijn van €154 in 2016 tot €149 in 2017. Ook de totale kosten per incident daalde licht: van 3,61 miljoen naar €3,42 miljoen. Het gaat bij deze bedragen overigens om werkelijk door de deelnemers gerapporteerde kosten, dus niet om theoretische berekeningen!

De 35 deelnemers rapporteerden elk tussen de 5000 en 81.800 ‘verloren’ records, met een gemiddelde van 22.490. NB: ‘grote’ incidenten, waarbij meer dan 100.000 records getroffen werden, zijn niet meegeteld, omdat deze niet representatief geacht worden voor de ‘normale’ praktijk.

Bij het berekenen van de uiteindelijke kosten werden veel verschillende aspecten meegenomen, zoals (natuurlijk) het aantal getroffen records, de tijd die verliep tot de ontdekking van de inbreuk/het lek,  het verloop van de escalatie van het incident, de kosten van reparatie en de post-detectie kosten, zoals het waarschuwen van de getroffen gegevenseigenaren.

Er zijn forse verschillen te constateren in de uiteindelijke kosten per record, per sector:

Meer vergelijkingscijfers via de 2017 Cost of Data Breach Study-Global Overview.

Plus ça change, plus c’est la même chose…

Een interessante studie op EY.com, What are the hidden risks of contingent workforces?

Al weer tien jaar geleden organiseerden we dit rondetafelgesprek:

Alle banen zijn interim-banen

Disruptie? Nee, stagnatie! 

 

 

 

 

Pagina 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén