Pagina 2 of 4

Third Party Risk Management

De globalisering van zowel transacties als regelgeving verplicht organisaties steeds vaker ook zakenrelaties door te lichten, met kennis van de risico’s te onderhandelen en compliance te verzekeren.

Traditionele methoden en instrumenten voor risicobeheersing voldoen niet meer in de complexe ‘interconnected’ economie. Compliance Week en RSA (www.rsa.com) brachten samen een e-book uit, dat inventariseert en beschrijft wat de uitdagingen rond third party risk management zijn en hoe organisaties zich kunnen wapenen tegen compliance- en juridische problemen.

Het e-book beschrijft hoe nieuwe technologische innovaties en de daarmee mogelijk geworden nieuwe manieren van zaken doen geheel nieuwe risico’s creëren, met repercussies die het oude instrumentarium al lang niet meer mitigeert. Aansprakelijkheid voor non-compliance van partners, gedeelde verantwoordelijkheid voor ketenprestaties, cyber-security van gedeelde netwerken, strengere eisen aan en van de verantwoording over genomen maatregelen zijn nieuwe valkuilen, waarbij boetes en reputatieschade steeds groter impact krijgen.

Een hoofdstuk bestaat uit een RSA-white paper dat uitlegt hoe een up-to-date GRC-beleid niet alleen (de gevolgen van) risico’s verkleint, maar ook zorgt voor betere onderbouwing van zakelijke beslissingen en een effectievere allocatie van middelen, zeker in termen van ‘data security’.

Daarnaast biedt het een overzicht van de meest recente third-party risk management trends en best practices, met een benchmark rapport over hoe uw collega’s deze dreigingen aanpakken.

www.complianceweek.com/thought-leadership/ebook/working-toward-a-solution-third-party-risk-management

Marokkaanse bedrijven betalen pas na 99 dagen

En dat is een forse verslechtering ten opzichte van de 82 dagen in 2016, concludeert de meest recente editie van Coface’s jaarlijkse enquête naar het betalingsgedrag van 256 Marokkaanse bedrijven in verschillende sectoren. Het aantal ondernemingen dat pas na meer dan 120 dagen betaalt is gegroeid, terwijl het aandeel van de bedrijven die na 90-120 dagen de facturen betaalt stabiel blijft. Die verslechtering is opmerkelijk, gezien het recente opkrabbelen van de lokale economie, stelt Coface; waarschijnlijk is sprake van een na-ijleffect  van de recessie van 2016, toen het BBP met ruim 10% daalde.

Een andere oorzaak is gebrek aan liquide middelen en beperkte financieringsmogelijkheden. Het aantal respondenten waarvan de kaspositie de afgelopen 6 maanden is verslechterd is fors gestegen (van 37% naar 43%).

In ons land is de gemiddelde betalingstermijn volgens Graydon nu 40,4 dagen. Uit een onderzoek van ondernemersorganisatie MKB-Nederland kwam in juli van dit jaar naar voren, dat het nog niet alle vaderlandse gemeenten lukt om ondernemers om binnen de wettelijke termijn van dertig dagen te betalen.  Ruim 40 procent van de gemeenten betaalt 90 procent van de facturen op tijd,

Team-omgeving slecht voor de moraal

Eerlijkheid, ook wel de achtste (of eerste!) deugd genoemd, wordt algemeen geprezen als een cruciale morele waarde. Maar uit een nieuw onderzoek, uitgevoerd door Martin G. Kocher, Simeon Schudy en Lisa Spantig, gedragswetenschappers van de  Ludwig-Maximilians-Universität te München, waarover zij rapporteren in het tijdschrift Management Science, blijkt dat wanneer beslissingen door groepen worden genomen, het respect voor de waarheid snel het onderspit delft tegenover andere meer substantiëleoverwegingen.

In de afgelopen jaren zijn talloze gevallen van zakelijk onethisch gedrag aan het licht gekomen. Ondernemingen zowel als organisaties hebben wet- en regelgeving overtreden, twijfelachtige boekhoudpraktijken getolereerd of zelfs geëntameerd en weinig problemen gehad met corruptie. Martin Kocher en zijn collega’s onderzochten in een experiment welke omstandigheden die institutionele oneerlijkheid vergemakkelijken of bevorderen. Zij zijn met name nagegaan, of die blijkbaar lossere moraal een kwestie is van individuele keuzen, of een product van structurele factoren binnen groepen.

Ruim 270 studenten werd gevraagd een video te bekijken waarop een dobbelsteen gegooid werd, en het resultaat te rapporteren. Hoe hoger het totaal van gerapporteerde ‘punten’, hoe groter de beloning voor de rapporteur. De opdracht werd zowel aan individuele deelnemers verstrekt, als aan kleine teams, samengesteld uit diezelfde individuen. De leden van zo een groep konden anoniem met elkaar overleggen, voordat ze de uitkomst melden.

De resultaten waren duidelijk: “Als individu liegen de deelnemers minder dan in groepsverband!” De onderzoekers noemen het fenomeen de ‘dishonesty shift’.  In de groep ontstaat al snel discussie over de waarde van eerlijkheid als norm, zeker als sprake is van externe competitie. Tegelijk groeit het wantrouwen over de ‘eerlijkheid’ van andere teams – hetgeen de eigen oneerlijkheid gemakkelijker maakt.

Uit de Enron-casus is bekend, dat eigenlijk iedereen daar wist dat er met de cijfers geknoeid werd. Daarom, ze concluderen de gedragswetenschappers, is het cruciaal dat organisaties strikte normen stellen, groepsprocessen monitoren en ernst maken met sancties wanneer die normen overschreden worden.

Martin G. Kocher, Simeon Schudy, Lisa Spantig. I Lie? We Lie! Why? Experimental Evidence on a Dishonesty Shift in Groups. Management Science, 2017; DOI: 10.1287/mnsc.2017.2800

Terug naar kantoor

Ooit werd het concept ‘vanuit huis werken’ smalend gewantrouwd, maar nu is het algemeen geaccepteerd. In de afgelopen 20 jaar is de mogelijkheid van teleforensen  – van ’s ochtends eerst thuis je email afwerken tot volledig en full time vanuit huis werken – geëvolueerd van een ‘niche’ gunst tot een werkgever-USP voor schaars talent.

Telewerken: groene inspiratie

‘Telewerken” ontstond vanuit de zorg voor het milieu, als alternatief voor het vervuilende forensenverkeer. In een boek uit 1973, The Telecommunications-Transportation Tradeoff: Options for Tomorrow stelde voormalige NASA-ingenieur Jack Nilles een wereld voor, waarin werkers zich zouden melden op kleine satellietkantoren, dichter bij huis dan het hoofdkantoor van de werkgever in de city. Zijn Utopia kende een “geavanceerd telecommunicatie- en informatiesysteem” – het internet – dat pas decennia later echt tot die hoofdkantoren en later ook de huizen in suburbia zou doordringen. En het waren ook Amerikaanse bedrijven, die gingen experimenteren met de visie van Nilles, of een versie ervan. In de jaren tachtig laat J.C. Penney zijn callcenter medewerkers bijvoorbeeld al vanuit huis werken. Een echte push kwam er met de  Clean Air Act van 1990, die bedrijven met meer dan 100 werknemers in ernstig vervuilde gebieden zoals Chicago en New York dwong om het forensen van hun personeel te verminderen. Een aardige bijvangst was, dat de kantoren met flexplekken veel kleiner en dus goedkoper konden worden.

Stand van zaken teleforensen

Wereldwijd werkt vandaag  ongeveer 20 procent van de werknemers geheel of gedeeltelijk vanuit huis, nog afgezien van de millennials die langdurig internetten vanuit hun favoriete koffiebar. Alomtegenwoordige Wi-Fi  en videocommunicatie maken dat mogelijk; in de VS biedt nu meer dan 60 procent van de bedrijven de mogelijkheid van thuiswerken. Volgens het CBS werken van de ruim 8 miljoen werkenden in ons land  bijna 3 miljoen (deels) thuis. We hebben sinds vorig jaar zelfs een wet die werknemers meer mogelijkheden geeft, om op voor hen gunstige tijden op kantoor dan wel thuis te werken.

Groeiende bezwaren

Maar inmiddels klinken er ook de eerste bezwaren, dat die veelgeroemde vrijheid ook ten koste gaat van de bedrijfscultuur, van de binding met collega’s, van die zo noodzakelijke communicatie en uiteindelijk ook van de productiviteit. Voor sommige werkgevers is het genoeg geweest. IBM, ooit een telecommutingpionier, gaf duizenden medewerkers nog onlangs een ultimatum: kom terug naar je dichtstbijzijnde kantoor, of zoek een nieuwe baan. Ruim 20 opeenvolgende tegenvallende kwartaalcijfers gaven IBM’s HR-managers (en hun CEO) de idee, dat hun werknemers beter zouden presteren in de fysieke nabijheid van collega’s. Yahoo! Inc nam een soortgelijke maatregelen, net als Best Buy Co. en Honeywell International. De medewerkers waren niet blij – vanuit huis werken biedt de noodzakelijke flexibele werktijden die juist ouders met kleine kinderen die beiden (moeten) werken  node missen.

Een van de argumenten van de organisaties die terugkomen op het idee van thuiswerken is  dat de huidige functies heel anders zijn en andere eisen stellen dan de Tayloristische silo-taken van vroeger. Steeds vaker kiest men voor multifunctionele projectteams. En die teams zouden veel effectiever hun werk doen, als de leden elkaar kunnen zien, horen en ruiken – essentialia voor succesvolle communicatie, die ook facebook of skype niet kan bieden. En ja, de flexibiliteit van teleforensen vergroot de arbeidskansen van vrouwen – maar een recent artikel op HBR.org wijst ook uit dat hun eenzaamheid daardoor onrustbarend toeneemt

Daarnaast steekt (door de crisis?) het oude wantrouwen ook de kop weer op – zijn die mannen en vrouwen wel echt al die tijd met hun werk bezig?

Aktuelle Entwicklungen der Wirtschaftskriminalität in Deutschland

Al 17 jaar monitort KPMG Deutschland  de ‘Wirtschaftskriminalität’ ofwel witteboordencriminaliteit (inclusief bewuste non-compliance aan wet- en regelgeving) in de bondsstaat. Elke twee jaar worden de resultaten gepubliceerd, dit keer onder de titel Tatort Duitsland – Wirtschaftskriminalität 2016. De accountant ondervroeg in nauwe samenwerking met het onderzoeksinstituut TNS Emnid meer dan 500 Duitse bedrijven, van verschillende grootte, omzet en aantal werknemers.

Het resultaat: 36% van alle Duitse ondernemingen werd gedurende de afgelopen twee jaar slachtoffer van criminele handelingen door het eigen personeel. Van de grotere bedrijven (jaaromzet > €3 miljard) gold dat voor bijna de helft, 45%. Voor het eerst is ook de economische schade becijferd: die bedraagt liefst 100 miljard per jaar.

Bij de grote ondernemingen groeien ernst en aantal van dergelijke malversaties vooral bij de financieel-administratieve functies (van 13% in 2014 naar 31% in 2016); bij de kleinere valt een groeiende criminaliteit vast te stellen op de afdeling ICT (van 9 naar 33% gestegen).

Ruim een kwart van de ondernemingen kan niet precies vaststellen hoe groot de geleden schade was, een manco dat het niet eenvoudig maakt adequaat beleid te ontwikkelen. Meer dan 13% van de ondernemingen zegt daarnaast aantoonbaar reputatieschade te hebben geleden – al geldt ook daar, dat men deze nauwelijks kan vertalen in financiële schade.

Meer dan de helft der respondenten zegt te aarzelen om nog zaken te doen met bedrijven waarvan bekend is dat zij getroffen werden door deze Wirtschaftskriminalität. 35% doet dat per definitie niet, en slechts 6% van de Duitse ondernemers ziet er geen belemmering voor verdere samenwerking in.

Meer details, en adviezen in Tatort Duitsland – Wirtschaftskriminalität 2016.

Carl Frey blijft erbij: robots vormen bedreiging voor de werkgelegenheid

In weerwil van veel kritiek op zijn apocalyptische voorspellingen blijft professor Frey ervan overtuigd: veel banen zullen in de toekomst overgenomen worden door robots, zeker in de retail.  En de veelgehoorde tegenwerping, dat technologische omwentelingen aanvankelijk altijd angstaanjagend lijken te zijn, maar uiteindelijk steeds weer voldoende nieuwe werkgelegenheid creëren, die wijst hij ferm af.

In een nieuw Citi-rapport Technology at work V3.0 citeert Frey zijn critici en verwerpt hun belangrijkste argumenten. Hij schrijft: “Keynes zag het niet verkeerd, toen hij destijds stelde dat de toen moderne technologie veel banen zou doen verdwijnen – daarin had hij helemaal gelijk. Hij onderschatte alleen het aantal nieuwe banen dat daar tegenover zou gaan staan. Maar het is onzin om te beweren dat die substitutie nu vast en zeker wederom op dezelfde schaal zal plaatsvinden. Wat we wél met zekerheid kunnen vaststellen is dat de veranderingen die nu gaande zijn hoe dan ook een groot deel van de huidige functies zullen raken en hen niet zelden obsoleet zullen maken.”

Het moge bijvoorbeeld zo zijn, constateert het rapport verder, dat nog steeds 92% van de retail-omzetten in fysieke winkels wordt gerealiseerd – e-commerce groeit ook in die sector  al jaren met 20% per jaar minimaal. De kosten van (verdere) automatisering blijven dalen, terwijl de loonkosten blijven toenemen. Tenminste 80% van de banen in transport, opslag en logistiek is ‘automatiseerbaar’, net als 63% van die in de directe verkoop. Het aantal robots, werkzaam in de magazijnen en postkamers van bedrijven als Amazon, groeide tussen 2013 en nu van 461 tot ruim 3200…

Criminelen maken miljarden buit met CEO- en andere cyberfraude

De CEO of een andere C-suite bewoner meldt zich vrijdagmiddag per telefoon of email, en draagt de laatst achtergebleven medewerker van de administratie op om nog even een factuur te betalen of een aanbetaling te doen.  Weer een aanzienlijk bedrag spoorloos verdwenen.

De zogenaamde CEO-fraude (ook wel Fake President fraude) groeit nog steeds. Begin vorig jaar berekende de FBI de totale schade op $ 2,3 miljard; volgens Cisco hebben criminelen tussen 2013 en 2016 5,3 miljard dollar weten te stelen door zich uit te geven als de baas. Dat het daarbij soms om forse bedragen gaat illustreert het geval van de Duitse auto-industrietoeleverancier Leoni, die vorig jaar zomer voor 40-miljoen-euro het schip inging. Ook de Amerikaanse tech-reuzen Facebook en Google werden getroffen door de truc, en betaalden elk ongeveer 100 miljoen dollar.

Maar er zijn nog veel meer manieren, waarop criminelen de afdeling Finance om de tuin weten te leiden, van ransom ware tot factuurverwisseling. Meer daarover, en adviezen hoe u zich daar tegen kunt wapenen, via het Cisco 2017 Midyear Cybersecurity Report.

 

Werkt BEPS averechts?

De meeste landen hebben zich inmiddels – in elk geval met woorden – achter het Base Erosion and Profit Shifting project van de OESO geschaard. De andere zijde van de  medaille is, dat de kritiek steeds luider klinkt: BEPS zou zorgen voor een  “increasingly uncertain international tax environment for businesses”. Met andere woorden: in plaats van helderheid en uniformiteit te bewerkstelligen leidt (de hier en daar nogal afwijkende interpretatie van) BEPS alleen maar tot meer fiscale onzekerheid.

In eerste instantie was BEPS een initiatief van de G20 en de leden van de OESO om een aantal ongerijmdheden in het mondiale fiscale landschap weg te nemen, en dat meteen te moderniseren, rekening houdend met de nieuwe ‘digitale’ globalisatie. Een belangrijk concreet doel was en is, het de grote mondiaal opererende concerns moeilijker te maken gebruik te maken van nationale fiscale eigenaardigheden, en via het schuiven met kosten en winsten hun belastingdruk te minimaliseren. In de uitwerking daarvan scheidden zich al de geesten…

Het ene na het andere land zegt inmiddels een of meerdere van de 15 aanbevelingen van BEPS te implementeren, door belastingverdragen te sluiten (bijv. op basis van het BEPS Multilateral Instrument) en zich voorstander te verklaren van het concept ‘country-by-country reporting’. Nu blijkt, bijvoorbeeld uit  Deloitte’s 2017 Asia Tax Complexity Survey, dat steeds meer ondernemingen inderdaad kiezen voor een conservatief fiscaal beleid. Ook de Britse HM Revenue and Customs  zag al ‘een verschuiving naar meer compliant  tax planning” in haar 2015 Large Business Survey. Maar als reden geven deze ondernemingen op, dat dit eerder een reactie is op de groeiende onzekerheid over de fiscale werkelijkheid en beleidsplannen, gekoppeld aan steeds agressiever belastingdiensten, dan dat zij de vruchten plukken van wereldwijde fiscale rust, reinheid en regelmaat. Die toch het doel van BEPS waren…

BEPS creëert de facto juist meer fiscale risico’s, zo is de communis opinio, vooral op het aspect transfer pricing. . In Deloitte’s 2017 Global BEPS Survey,  zegt 91 procent van de respondenten het eens te zijn met de stelling dat “belastingautoriteiten dezer dagen véél strikter controleren dan een jaar geleden”.  Uit een gelijksoortig onderzoek van EY van dit jaar blikt dat 70% van de ondervraagde fiscalisten van mening is dat het oplossen van fiscale geschillen moeilijker geworden is, nu steeds meer landen zich bekeren tot BEPS. Op een conferentie, georganiseerd door de International Chamber of Commerce, de Business and Industry Advisory Committee to the OECD (BIAC), en Business Europe begin dit jaar, werd gesteld dat de BEPS-aanbevelingen de administratieve lasten en het risico van dubbele belastingheffing  juist vergroot hebben. “With the BEPS mission far from complete, complexity and uncertainty may become the norm in cross-border investment activity, rather than the exception.”

 

Groei en bloei van de abonnementen-economie

De enorme groei van de ‘subscription economy’ blijft een opvallend fenomeen. Steeds meer producenten, dienstverleners en retailers komen tot het inzicht, dat hun klanten liever betalen voor de voortdurende beschikbaarheid van een product of dienst, dan dat ze deze steeds per keer moeten selecteren, kopen en er de ‘eigenaar’ van worden – met alle lasten en plichten die daar bij horen.

Volgens onderzoeker Forrester overweegt liefst 30% van de ondernemingen een overgang naar een ‘recurring revenue-based’ business model binnen de komende 12 maanden.

Dat sentiment zorgde de afgelopen jaren voor een wezenlijke strategische herpositionering van veel bedrijven van product- naar dienstenleverancier. Gartner voorspelt bijvoorbeeld dat in 2020 meer dan 80% van softwareleveranciers zullen zijn overgestapt op abonnement-gebaseerde bedrijfsmodellen. In ons land valt het succes van de maaltijdboxen op.

In de subscription economy wordt de onderneming gedwongen een directe, complexe, responsieve, multi-channel relatie met haar klanten aan te gaan, te monitoren en te optimaliseren. Daarmee wordt de klant echt centraal gesteld, en neemt de plaats in van de eerdere focus op het product (dan wel dienst!) of de éénmalige transactie. Voor de overlevings- en groeikansen van een abonnementenleverancier is het vermogen om de klant blijvend te plezieren cruciaal.

Een belangrijke speler in de subscription economy is Zuora dat ook met enige regelmaat de Subscription Economy Index ™ publiceert, tot heden de belangrijkste formele benchmarkstudie van de resultaten van SEI-bedrijven. Dat zijn de ca. 1000 klanten van Zuora, met bedrijfsmodellen zo gevarieerd als die van Ford Motor, General Electric, Oracle, Surf Air, Starbucks en Caterpillar. De meest recente Index geeft cijfers over de ontwikkelingen in meerdere sectoren, waaronder software, media, telecommunicatie, industrie en corporate services. Enkele bevindingen:

  • Groeipercentage van 16,1% voor laatst gemeten zes maanden is lager dan de 21,6% van de vorige halfjaar, maar nog steeds fors.
  • Hoe groter hoe succesvoller: de omzet van de $ 100M + bedrijven in de steekproef groeide ongeveer 40% sneller dan het gemiddelde – op jaarbasis 27% tegenover 19% gemiddeld.
  • De omzet van de SEI-bedrijven steeg ruim acht keer sneller dan die van de S&P 500-bedrijven (15,2% versus 2,0%) en 4,5 keer sneller dan de Amerikaanse retail-omzetten (3,4%) in dezelfde periode.
  • Ook Europa gaat steeds meer over op het ‘recurring revenu’, abonnement-gebaseerde business models. De groei is vergelijkbaar met die in de US.

Zuora Subscription Economy Index

The Forrester Wave™: Recurring Customer And Billing Management, Q3 2017

Op naar één standaard voor duurzaamheidsrapportage

Het is niet alleen Accountancy Europe (Call for action: Enhance the coordination of non-financial information initiatives and frameworks) , dat zich zorgen maakt over de groeiende Babylonische spraakverwarring rond standaarden voor duurzaamheidsrapportage.

De Sustainability Accounting Standards Board (SASB),  de Climate Disclosure Standards Board (CDSB)  en de G20 Task Force on Climate-related Financial Disclosures’ (TCFD) hebben tezamen een paper gepubliceerd, Converging on Climate Risk: CDSB, the SASB, and the TCFD waarin zij schetsen hoe deze drie standaardzetters langzaam maar zeker naar elkaar toe groeien vanuit hun gedeelde doelstelling en missie: organisaties helpen op eenduidige wijze materiële, en voor besluitvorming nuttige, informatie over hun duurzaamheidsbeleid en -prestaties te delen met  alle stakeholders.

De Sustainability Accounting Standards Board werd opgericht in 2011, als onafhankelijke standaardzetter voor ‘sustainability accounting’, het verzamelen, vastleggen en publiceren van data en materiële informatie, die aandeelhouders en andere belanghebbenden  nodig (zeggen te) hebben betreffende de  duurzaamheidsaspecten van de bedrijfsvoering. De Sustainability Accounting Standards Board (SASB) stelt daarnaast voor veel verschillende sectoren ‘financiële bijsluiters’ op, die gewone aandeelhouders en asset managers helpen bij het begrijpen van de SASB-standaards en daardoor de juiste vragen te formuleren gericht aan de opstellers van de rapportages.

De Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD) van de FSB (Financial Stability Board) stelt zich ten doel organisaties te helpen om consistent (maar op vrijwillige basis) te rapporteren aan de stakeholders over de financiële risico’s die zij lopen door de klimaatverandering. Het gaat daarbij om het totaal van de “physical, liability and transition risks associated with climate change” en hoe deze te vertalen in financiële kengetallen.

De Climate Disclosure Standards Board (CDSB) tenslotte is een internationaal consortium van bedrijven en milieu-NGO’s. Ook zij willen graag wereldwijd de rapportage over de duurzaamheidsprestaties van ondernemingen bevorderen en stroomlijnen vanuit de idee dat de resultaten van natural capital en financial capital  op dezelfde rigoureuze wijze geboekstaafd en gerapporteerd dienen te worden. Ook de CDSB heeft daartoe een eigen referentiemodel ontwikkeld.

Converging on Climate Risk is hier te downloaden.

 

Pagina 2 of 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén