Categorie: Algemeen

Creëer waarde uit waarden

Organisaties met een sterke, positieve cultuur presteren aantoonbaar beter dan hun peers op aspecten als klanttevredenheid, kwaliteit, productiviteit en ja, ook qua winstgevendheid. De afwezigheid van een ‘gezonde’ bedrijfscultuur creëert en verergert vele soorten en gradaties van risico’s voor de organisatie.

Recent onderzoek van de National Association of Corporate Directors concludeert, dat bij nog niet de helft van de ondernemingen de ‘board’ zich bemoeit om enige afstemming tussen missie, waarden & normen en strategie te monitoren, laat staan bewerkstelligen. En slechts 50 procent zegt dat ze het concept ‘buzz at the bottom’ begrijpen – hoe de bedrijfscultuur zich vertaalt in normen en gedrag op de werkvloer bij rank-and-file medewerkers.

Culture as a Corporate Asset: Translate Values into Value  is de titel van het Blue Ribbon Commission Report van de NACD van dit jaar. Het document biedt directies de volgende waardevolle informatie:

  • Een definitie van organisatiecultuur: wat zijn de belangrijkste aspecten
  • Prioriteiten voor actie voor de Board en ‘dedicated’ functies
  • 10 strategische aanbevelingen voor het bevorderen en monitoren van de bedrijfscultuur

Vanwege het belang van dit onderwerp heeft de NACD besloten dit rapport gratis ter beschikking te stellen. Vul het formulier in om uw exemplaar te downloaden!

2017 OCEG GRC Metrics Survey

Hoe organisaties GRC (governance, risk en compliance) meetbaar maken en monitoren.

Het OCEG GRC Metrics Survey Report inventariseert hoe organisatie (groot en klein, in alle sectoren) omgaan met GRC en hoe zij hun performance op dat terrein meten en monitoren. OCEG is een non-profit instelling die geheel gefocust is op Principled Performance , geïntegreerd met GRC management en assurance.   Met deze benadering, belooft OCEG, kunt u uw prestaties op dit terrein verbeteren, de kosten verlagen én effectief de risico’s beheersen.

Uit het onderzoek komt een zestal ‘key takeaways’ naar voren, die de waarde en het belang van een geïntegreerde benadering van GRC onderstrepen.

Hoe geïntegreerder uw GRC-beleid

  • des te consistenter en effectiever worden alle GRC-problemen in de organisatie gemanaged
  • des te meer en beter bent u ‘in control’ wat betreft risk en compliance
  • met des te meer vertrouwen kunt u audits van uw GRC-beleid en implementatie tegemoet zien
  • weet u des te zekerder, dat u de juiste kengetallen en benchamrks heeft ontwikkeld en hanteertom GRC te monitoren
  • des te gemakkelijker is het voor uw business units om tijdig en correct de juiste informatie op te leveren
  • hoe tevredener uw respondenten in de organisatie zullen zijn over de metrieken die zij moeten gebruiken om te rapporteren.

Enkele resultaten:

Hoe is uw GRC-beleid vorm gegeven?

Wat voor modellen en metrieken worden gebruikt?

Het volledige rapport is te downloaden via www.oceg.org/

 

CGO – das Governance-Magazin. Schwerpunkt: Compliance

KPMG Duitsland komt met een nieuw ‘Governance-Magazine’ met de titel CGO. Het eerste nummer focust op het thema  Compliance Management, een onderwerp dat zeer breed besproken wordt via de volgende bijdragen:

  • Compliance in de gezondheidszorg: “Alleen transparantie zorgt voor vertrouwen”
  • Materialiteit in en van de ESG-rapportage : vergelijking van de GRI G4/SRS en de EU CSR standaarden, plus een ‘aanzet tot een materialiteitsanalyse’:

  • Governance van de toekomst
  • Onderzoek: Compliance in Duitse ondernemingen
  • Pas op: hoge boetes bij non-compliance aan de Europese Anti-witwasrichtlijn
  • Het onschuldvermoeden in fiscale disputen: het belang van een tax compliance management system
  • De EU GDPR : gevolgen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming
  • Compliance bij M&A

 

Het volgende nummer zal gaan over ‘Digitalisierung in der Corporate Governance’.

 

Download: CGO – das Governance-Magazin. Schwerpunkt: Compliance

R&D heeft discipline van Finance nodig

Vaak wordt Finance pas betrokken bij R&D-projecten als het te laat is. Pas wanneer een nieuw idee geheel uitgewerkt is wordt Finance gevraagd zijn licht er over te laten schijnen, en alsnog te beslissen of verdere investeringen zinvol zijn. Dat is zonde. Chief Financial Officers en hun medewerkers moeten al heel vroeg bij R&D-projecten betrokken worden, om in het vroegste stadium al de bedrijfsmatige kansen en risico’s te identificeren en te wegen; maar natuurlijk zonder daarbij de innovatiekracht te verstikken. Deze verrassende conclusie trekt recent onderzoek van de Association of Chartered Certified Accountants (ACCA) en IMA (Institute of Management Accountants ).

De resultaten van dat onderzoek zijn nu vorm gegeven in een ‘The CFO’s Guide to Technology Roadmapping‘; een gids die de CFO in staat stelt de link(s) tussen risico’s, investeringen en kosten effectiever te determineren en financiële discipline kunnen toevoegen aan het R&D-proces.

Dergelijke Technology Roadmaps kunnen als referentiemodel worden gebruikt bij de selectie, uitvoering en bewaking van Onderzoek- & Ontwikkeling-projecten. Ze inventariseren eerst en vooral toekomstige behoeften en technische uitdagingen voor een bedrijf(stak) en beschrijven de daarbij behorende kansen, mogelijkheden en risico’s.

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat succes in R&D niet alleen afhangt van de beschikbare tijd, geld en expertise, maar ook en vooral van adequaat ‘cross-departmental teamwork’. Het laat zien dat en hoe CFO’s te vaak belangrijke beslissingen aan anderen laten, zoals de bepaling van wat strategisch waardevolle projecten zijn, of hoe de risico’s van projectfalen kunnen worden geminimaliseerd.

De technologische routekaart kan de basis vormen waarop de CFO samenwerkt met al degenen die betrokken zijn bij de initiële projectevaluatie. De complete kaart bevat de noodzakelijke informatie, die kan worden gebruikt om aannames te testen die gemaakt worden voor de projecten waarvoor financiering wordt aangevraagd.

De Roadmap definieert 3 stappen in het proces waarbij Finance een cruciale rol speelt:

Stap 1: Projectaanvragen standaardiseren: gedisciplineerde en consistente besluitvorming door alle betrokken functies gezamenlijk onder regie van Finance.

Stap 2: Finance faciliteert een constructief evaluatiegesprek met alle stakeholders:

  • wat is het probleem dat moet worden aangepakt
  • waarom zouden we investeren in deze oplossing
  • is de timing passend
  • Er zijn alternatieve financieringsbronnen overwogen?
  • wat zijn de risico’s?

Stap 3: Finance monitort voortgang en resultaten

Download de hier de CFO guide to technology roadmapping.

Pas op met MVO : het kan je je baan kosten!

Investeren in productveiligheid, diverser personeel en een kleinere  CO2-voetafdruk, het zijn voorbeelden van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Volgens nieuw onderzoek van de Universiteit van Notre Dame krijg je er veel lof voor, maar soms leidt het ook tot je ontslag.

“Higher Highs and Lower Lows: The Role of Corporate Social Responsibility in CEO Dismissal” luidt de titel van een bijdrage in het meest recente nummer van het Strategic Management Journal . Het onderzoek dat aan de basis lag van dit artikel toont aan, dat wanneer CEO’s ervoor kiezen om te investeren in MVO,  de kans dat ze worden ontslagen op basis van (mindere) financiële rendementen  van het bedrijf alleen maar toeneemt.

“CEO’s van MVO-bedrijven hebben 84 procent meer kans om ontslagen te worden wanneer de financiële prestaties tegenvallen, dan hun collegae bij bedrijven die minder ‘maatschappelijk’ ondernemen,” aldus hoofdauteur Hubbard.” “Daar staat tegenover, dat die kans op ontslag juist 53% lager is, wanneer die MVO-investeringen resulteren in een hogere winst.”

De onderzoekers Hubbard, Christensen en Graffin onderzochten alle (onvrijwillige) CEO-wisselingen bij de Fortune 500 bedrijven tussen 2003 en 2008. Investeringen in MVO in deze groep zijn en blijven populair, maar resulteren niet altijd in hogere winst*.  Wel werd duidelijk, dat een CEO die zich persoonlijk inzet voor méér MVO daarmee forse persoonlijke risico’s loopt!

Timothy D. Hubbard, Dane M. Christensen, Scott D. Graffin. Higher Highs and Lower Lows: The Role of Corporate Social Responsibility in CEO Dismissal. Strategic Management Journal, 2017; 38 (11): 2255 DOI: 10.1002/smj.2646

*Zie bijv. Corporate social responsibility and capital allocation efficiency, Avishek Bhandari and David Javakhadze, Journal of Corporate Finance, 2017, vol. 43, issue C, 354-377

Terug naar kantoor

Ooit werd het concept ‘vanuit huis werken’ smalend gewantrouwd, maar nu is het algemeen geaccepteerd. In de afgelopen 20 jaar is de mogelijkheid van teleforensen  – van ’s ochtends eerst thuis je email afwerken tot volledig en full time vanuit huis werken – geëvolueerd van een ‘niche’ gunst tot een werkgever-USP voor schaars talent.

Telewerken: groene inspiratie

‘Telewerken” ontstond vanuit de zorg voor het milieu, als alternatief voor het vervuilende forensenverkeer. In een boek uit 1973, The Telecommunications-Transportation Tradeoff: Options for Tomorrow stelde voormalige NASA-ingenieur Jack Nilles een wereld voor, waarin werkers zich zouden melden op kleine satellietkantoren, dichter bij huis dan het hoofdkantoor van de werkgever in de city. Zijn Utopia kende een “geavanceerd telecommunicatie- en informatiesysteem” – het internet – dat pas decennia later echt tot die hoofdkantoren en later ook de huizen in suburbia zou doordringen. En het waren ook Amerikaanse bedrijven, die gingen experimenteren met de visie van Nilles, of een versie ervan. In de jaren tachtig laat J.C. Penney zijn callcenter medewerkers bijvoorbeeld al vanuit huis werken. Een echte push kwam er met de  Clean Air Act van 1990, die bedrijven met meer dan 100 werknemers in ernstig vervuilde gebieden zoals Chicago en New York dwong om het forensen van hun personeel te verminderen. Een aardige bijvangst was, dat de kantoren met flexplekken veel kleiner en dus goedkoper konden worden.

Stand van zaken teleforensen

Wereldwijd werkt vandaag  ongeveer 20 procent van de werknemers geheel of gedeeltelijk vanuit huis, nog afgezien van de millennials die langdurig internetten vanuit hun favoriete koffiebar. Alomtegenwoordige Wi-Fi  en videocommunicatie maken dat mogelijk; in de VS biedt nu meer dan 60 procent van de bedrijven de mogelijkheid van thuiswerken. Volgens het CBS werken van de ruim 8 miljoen werkenden in ons land  bijna 3 miljoen (deels) thuis. We hebben sinds vorig jaar zelfs een wet die werknemers meer mogelijkheden geeft, om op voor hen gunstige tijden op kantoor dan wel thuis te werken.

Groeiende bezwaren

Maar inmiddels klinken er ook de eerste bezwaren, dat die veelgeroemde vrijheid ook ten koste gaat van de bedrijfscultuur, van de binding met collega’s, van die zo noodzakelijke communicatie en uiteindelijk ook van de productiviteit. Voor sommige werkgevers is het genoeg geweest. IBM, ooit een telecommutingpionier, gaf duizenden medewerkers nog onlangs een ultimatum: kom terug naar je dichtstbijzijnde kantoor, of zoek een nieuwe baan. Ruim 20 opeenvolgende tegenvallende kwartaalcijfers gaven IBM’s HR-managers (en hun CEO) de idee, dat hun werknemers beter zouden presteren in de fysieke nabijheid van collega’s. Yahoo! Inc nam een soortgelijke maatregelen, net als Best Buy Co. en Honeywell International. De medewerkers waren niet blij – vanuit huis werken biedt de noodzakelijke flexibele werktijden die juist ouders met kleine kinderen die beiden (moeten) werken  node missen.

Een van de argumenten van de organisaties die terugkomen op het idee van thuiswerken is  dat de huidige functies heel anders zijn en andere eisen stellen dan de Tayloristische silo-taken van vroeger. Steeds vaker kiest men voor multifunctionele projectteams. En die teams zouden veel effectiever hun werk doen, als de leden elkaar kunnen zien, horen en ruiken – essentialia voor succesvolle communicatie, die ook facebook of skype niet kan bieden. En ja, de flexibiliteit van teleforensen vergroot de arbeidskansen van vrouwen – maar een recent artikel op HBR.org wijst ook uit dat hun eenzaamheid daardoor onrustbarend toeneemt

Daarnaast steekt (door de crisis?) het oude wantrouwen ook de kop weer op – zijn die mannen en vrouwen wel echt al die tijd met hun werk bezig?

Aktuelle Entwicklungen der Wirtschaftskriminalität in Deutschland

Al 17 jaar monitort KPMG Deutschland  de ‘Wirtschaftskriminalität’ ofwel witteboordencriminaliteit (inclusief bewuste non-compliance aan wet- en regelgeving) in de bondsstaat. Elke twee jaar worden de resultaten gepubliceerd, dit keer onder de titel Tatort Duitsland – Wirtschaftskriminalität 2016. De accountant ondervroeg in nauwe samenwerking met het onderzoeksinstituut TNS Emnid meer dan 500 Duitse bedrijven, van verschillende grootte, omzet en aantal werknemers.

Het resultaat: 36% van alle Duitse ondernemingen werd gedurende de afgelopen twee jaar slachtoffer van criminele handelingen door het eigen personeel. Van de grotere bedrijven (jaaromzet > €3 miljard) gold dat voor bijna de helft, 45%. Voor het eerst is ook de economische schade becijferd: die bedraagt liefst 100 miljard per jaar.

Bij de grote ondernemingen groeien ernst en aantal van dergelijke malversaties vooral bij de financieel-administratieve functies (van 13% in 2014 naar 31% in 2016); bij de kleinere valt een groeiende criminaliteit vast te stellen op de afdeling ICT (van 9 naar 33% gestegen).

Ruim een kwart van de ondernemingen kan niet precies vaststellen hoe groot de geleden schade was, een manco dat het niet eenvoudig maakt adequaat beleid te ontwikkelen. Meer dan 13% van de ondernemingen zegt daarnaast aantoonbaar reputatieschade te hebben geleden – al geldt ook daar, dat men deze nauwelijks kan vertalen in financiële schade.

Meer dan de helft der respondenten zegt te aarzelen om nog zaken te doen met bedrijven waarvan bekend is dat zij getroffen werden door deze Wirtschaftskriminalität. 35% doet dat per definitie niet, en slechts 6% van de Duitse ondernemers ziet er geen belemmering voor verdere samenwerking in.

Meer details, en adviezen in Tatort Duitsland – Wirtschaftskriminalität 2016.

saturnus

Cassini’s Grand Tour

Een prachtige 3d-film die ik graag met u deel…

 

misdaad loont vanaf 900 euro

Misdaad loont— vanaf ongeveer €900 per week

Geld dat stom is, maakt recht wat krom is. Uit hebzucht zijn we bereid tot diefstal, bedrog, fraude en oplichting. Criminologen vragen zich al sinds mensenheugenis af, hoe hoog de verdiensten moeten zijn, om iemand te bewegen het verkeerde pad op te gaan.  Natuurlijk in het besef, dat ook hier alles relatief is: er zijn grote organisaties die het uit winstbejag fiscaal en boekhoudkundig niet zo nauw nemen,  criminele organisaties daarentegen letten zorgvuldig ook op de kleintjes en straffen hard mogelijke overtredingen van de mores. Maar hun zzp’ers, de kleine boefjes (en boefinnetjes), die houden zelf geen inkomstenadministratie bij, laat staan dat zij hun verdiensten opgeven aan de fiscus. De belastingdienst alhier zal ongetwijfeld ervan uitgaan  dat het hier gaat om ‘Inkomsten uit overig werk’; in de VS  is de IRS explicieter:

Income from illegal activities, such as money from dealing illegal drugs, must be included in your income on Form 1040, line 21, or on Schedule C or Schedule C-EZ (Form 1040) if from your self-employment activity.

Sommige drugdealers schijnen dat zelfs braaf te doen…

Hoe dat ook zij, het valt niet mee vast te stellen hoeveel de gemiddelde (kleine) crimineel verdient – hoeveel genoeg is om een onzeker bestaan als crimineel te rechtvaardigen.  Wat gepubliceerd wordt, betreft meestentijds resultaten van enquêtes onder (ex)criminelen – die ooit gepakt en dus gekend zijn. Of men die respondenten kan vertrouwen…

Maar nu is daar Holly Nguyen, een criminologe van de University of Pennsylvania, die samen met haar collega  Thomas Loughran van de University of Maryland denkt toch een tamelijk betrouwbare schatting te kunnen maken van de gemiddelde verdiensten van de ‘normale’ kleine crimineel. In een begin september verschenen artikel in het vakblad Criminology  doen zij verslag van hun meta-onderzoek naar de inkomenspositie van  kleine criminelen; inclusief de daarbij gebruikte methodologie, die rekening houdt met mogelijke outliers, overdrijvingen en valse bescheidenheid.

Zij komen tot de conclusie, dat de gemiddelde kleine crimineel gemiddeld per week zo’n $900 verdient. Dat is in de VS een aantrekkelijk vooruitzicht voor diplomaloze schoolverlaters: hun niet-criminele evenknie verdient daar gemiddeld minder dan $400, en (alleen) een high-school diploma verhoogt dat inkomen slechts marginaal tot misdaad loont$638 per week – bruto. Dus is het niet vreemd, aldus de criminologen, dat er steeds weer lieden zijn die bereid zijn om een bescheiden carrière in de misdaad te beginnen – ondanks de zware straffen die hen wachten na een arrestatie.

Het ligt voor de hand dat de (sociologische zowel als financiële) situatie in ons land niet veel anders zal zijn. Hoogstens is het vereiste inkomensniveau lager – immers, de risico’s zijn aanzienlijk kleiner. Onze boeven hoeven nauwelijks bang te zijn gearresteerd te worden – en mocht dat toch gebeuren, dan wordt hun zaak geseponeerd of krijgen ze slechts een lichte taakstraf….

Schoon door de Poort: van afhankelijkheid naar zelfredzaamheid


De gemeente Venray telt liefst 17 dorps- en wijkcentra. Een daarvan is ’t Schöpke, ontmoetingsplaats van de wijk Veltum. Al in 2010 rees de vraag, hoe die centra om te turnen tot minder van subsidies afhankelijke ‘wijkondernemingen’. Uitgebreid overleg met alle stakeholders resulteerde in een nieuw beleidsuitgangspunt: Venray gaat hen proactief helpen op eigen benen te staan. Wethouder Lucien Peeters en voorzitter Erik Zijlstra van ’t Schöpke delen hun ervaringen in De Werkplaats.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén